Art. 76 Verordening (EU) 2016/1624, Uitvoering en controle van de begroting

Verordening (EU) 2016/1624

1. De uitvoerend directeur voert de begroting van het Agentschap uit.

2. Uiterlijk op 1 maart van een begrotingsjaar jaar N + 1 dient de rekenplichtige van het Agentschap de voorlopige rekeningen voor het begrotingsjaar N in bij de rekenplichtige van de Commissie en bij de Rekenkamer. De rekenplichtige van de Commissie consolideert de voorlopige rekeningen van de instellingen en de gedecentraliseerde organen overeenkomstig artikel 147 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (38).

3. Het Agentschap zendt uiterlijk 31 maart van het jaar N + 1 een verslag over het budgettair en financieel beheer voor het jaar N toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

4. De rekenplichtige van de Commissie zendt de voorlopige rekeningen van het Agentschap voor het jaar N, die met de rekeningen van de Commissie zijn geconsolideerd, uiterlijk 31 maart van het jaar N + 1 aan de Rekenkamer toe.

5. Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van het Agentschap voor het jaar N, overeenkomstig artikel 148 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, stelt de uitvoerend directeur onder zijn eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van het Agentschap op en legt hij deze voor advies aan de raad van bestuur voor.

6. De raad van bestuur brengt een advies uit over de definitieve rekeningen van het Agentschap voor het jaar N.

7. Uiterlijk 1 juli van het jaar N + 1 dient de uitvoerend directeur de definitieve rekeningen met het advies van de raad van bestuur in bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

8. De definitieve rekeningen voor het jaar N worden uiterlijk 15 november van het jaar N + 1 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

9. De uitvoerend directeur dient uiterlijk 30 september van het jaar N + 1 een antwoord op de opmerkingen van de Rekenkamer in bij deze instelling. Hij zendt dit antwoord ook toe aan de raad van bestuur.

10. De uitvoerend directeur verstrekt het Europees Parlement op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het jaar N, overeenkomstig artikel 165, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

11. Vóór 15 mei van het jaar N + 2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het jaar N.

Vorige artikelen

Volgende artikelen