Art. 69 Verordening (EU) 2016/1624, Benoeming van de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur
1. De Commissie draagt minstens drie kandidaten voor de post van uitvoerend directeur voor op basis van een lijst die is opgesteld na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.
2. De uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, met inbegrip van zijn ruime relevante ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. Vóór de aanstelling worden de door de raad van bestuur voorgestelde kandidaten verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.
Na deze verklaring neemt het Europees Parlement een advies aan waarin het zijn mening en voorkeur voor een kandidaat geeft.
De raad van bestuur benoemt de uitvoerend directeur, waarbij hij rekening houdt met deze meningen. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.
Als de raad van bestuur besluit een andere kandidaat aan te stellen dan de kandidaat voor wie het Europees Parlement zijn voorkeur had uitgesproken, laat de raad van bestuur het Europees Parlement en de Raad schriftelijk weten hoe met het advies van het Europees Parlement werd rekening gehouden.
De bevoegdheid om de uitvoerend directeur te ontslaan, berust bij de raad van bestuur, die handelt op basis van een voorstel van de Commissie.
3. De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn plaats in.
4. De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt, op voorstel van de uitvoerend directeur, door de raad van bestuur benoemd. De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt benoemd op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde passende bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, met inbegrip van zijn relevante ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. De uitvoerend directeur stelt minstens drie kandidaten voor de post van plaatsvervangend uitvoerend directeur voor. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.
De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om de plaatsvervangend uitvoerend directeur te ontslaan, overeenkomstig de in de eerste alinea omschreven procedure.
5. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn voert de Commissie een beoordeling uit waarbij rekening wordt gehouden met een evaluatie van de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap.
6. Op grond van een voorstel van de Commissie dat rekening houdt met de in lid 5 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen, met ten hoogste vijf jaar.
7. De ambtstermijn van de plaatsvervangend uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Deze ambtstermijn kan door de raad van bestuur eenmaal worden verlengd met een periode van ten hoogste vijf jaar.