Art. 68 Verordening (EU) 2016/1624, Taken en bevoegdheden van de uitvoerend directeur

Verordening (EU) 2016/1624

1. Het Agentschap wordt geleid door zijn uitvoerend directeur, die volledig onafhankelijk is in de uitoefening van zijn taken. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de instellingen van de Unie en de raad van bestuur vraagt noch aanvaardt de uitvoerend directeur instructies van een regering of andere instantie.

2. Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn taken uitvoert. Dit omvat verslaglegging over de uitvoering van en het toezicht op de grondrechtenstrategie, het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap over het voorgaande jaar, het werkprogramma voor het komende jaar en het meerjarenplan van het Agentschap of over andere onderwerpen die verband houden met de activiteiten van het Agentschap. De uitvoerend directeur legt, indien daarom gevraagd, een verklaring af voor het Europees Parlement en brengt het Europees Parlement op gezette tijden verslag uit.

3. De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de door de raad van bestuur genomen strategische besluiten en voor het nemen van besluiten in verband met de operationele activiteiten van het Agentschap in overeenstemming met deze verordening. De uitvoerend directeur heeft de volgende functies en bevoegdheden:

a) de door de raad van bestuur goedgekeurde strategische besluiten, programma's en activiteiten voorstellen, voorbereiden en uitvoeren binnen de grenzen die in deze verordening en de uitvoeringsbepalingen ervan, en in enig toepasselijk recht zijn uiteengezet;

b) alle noodzakelijke stappen nemen, waaronder de vaststelling van interne administratieve instructies en de bekendmaking van mededelingen, om het dagelijks bestuur en functioneren van het Agentschap te waarborgen, overeenkomstig deze verordening;

c) ieder jaar een programmeringsdocument voorbereiden en dat na raadpleging van de Commissie voorleggen aan de raad van bestuur;

d) ieder jaar het jaarlijks verslag over de activiteiten van het Agentschap voorbereiden en aan de raad van bestuur voorleggen;

e) een ontwerpraming opstellen van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap op grond van artikel 75 en de begroting uitvoeren op grond van artikel 76;

f) zijn bevoegdheden aan andere personeelsleden van het Agentschap delegeren volgens de regels die overeenkomstig de procedure van artikel 62, lid 2, onder n), moeten worden vastgesteld;

g) een aanbeveling vaststellen over maatregelen overeenkomstig artikel 13, lid 6, onder meer besluiten die voorstellen dat de lidstaten gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies of andere acties als bedoeld in artikel 14, lid 2 starten of uitvoeren;

h) de voorstellen van de lidstaten voor gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies, overeenkomstig 15, lid 3, evalueren, goedkeuren en coördineren;

i) de verzoeken van de lidstaten tot gezamenlijke terugkeeroperaties of terugkeerinterventies, overeenkomstig de artikelen 28 en 33, evalueren, goedkeuren en coördineren;

j) de uitvoering van de in de artikelen 16 en 17 en artikel 33, lid 4, bedoelde operationele plannen waarborgen;

k) het verzoek van een lidstaat om bijstand van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer en de behoeften van deze lidstaat beoordelen, in coördinatie met de relevante agentschappen van de Unie overeenkomstig artikel 18, lid 2;

l) de uitvoering van het in artikel 19, lid 1, bedoelde besluit van de Raad waarborgen;

m) de financiering van activiteiten intrekken, overeenkomstig artikel 25;

n) de resultaten van activiteiten evalueren, overeenkomstig artikel 26;

o) overeenkomstig de behoeften van het Agentschap de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel vaststellen, in het bijzonder voor het uitvoeren van gezamenlijke operaties, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, snelle grensinterventies, terugkeerinterventies en terugkeeroperaties, overeenkomstig artikel 39, lid 5;

p) een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van interne en externe auditverslagen en evaluaties alsmede van de onderzoeken van OLAF, en aan de Commissie tweemaal per jaar en aan de raad van bestuur op regelmatige basis verslag uitbrengen over de voortgang;

q) de financiële belangen van de Unie beschermen aan de hand van de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en, waar nodig, het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties;

r) een fraudebestrijdingsstrategie van het Agentschap opstellen en het ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur.

4. De uitvoerend directeur legt aan de raad van bestuur verantwoording af over zijn werkzaamheden.

5. De uitvoerend directeur treedt op als wettelijke vertegenwoordiger van het Agentschap.

Vorige artikelen

Volgende artikelen