Art. 65 Verordening (EU) 2016/1624, Voorzitterschap van de raad van bestuur
1. De raad van bestuur kiest uit zijn stemgerechtigde leden een voorzitter en een vicevoorzitter. De voorzitter en vicevoorzitter worden door de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur met een tweederdemeerderheid gekozen. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze is verhinderd zijn taken te verrichten.
2. De ambtstermijn van de voorzitter en van de vicevoorzitter loopt af wanneer hun lidmaatschap van de raad van bestuur eindigt. Onverminderd deze bepaling bedraagt de duur van de ambtstermijn van de voorzitter of de vicevoorzitter vier jaar. Deze ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd.