Art. 62 Verordening (EU) 2016/1624, Functies van de raad van bestuur

Verordening (EU) 2016/1624

1. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het nemen van strategische besluiten van het Agentschap in overeenstemming met deze verordening.

2. De raad van bestuur:

a) benoemt de uitvoerend directeur op basis van een voorstel van de Commissie, overeenkomstig artikel 69;

b) benoemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur, overeenkomstig artikel 69;

c) stelt besluiten betreffende het verrichten van de kwetsbaarheidsbeoordeling vast, overeenkomstig artikel 13, leden 1 en 8; de besluiten inzake maatregelen overeenkomstig artikel 13, lid 8, worden vastgesteld met een meerderheid van twee derde van zijn stemgerechtigde leden;

d) stelt besluiten betreffende de opstelling van een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel vast, overeenkomstig artikel 11, lid 1;

e) stelt besluiten vast betreffende de wijze en de voorwaarden waarop verbindingsfunctionarissen in de lidstaten kunnen worden ingezet, overeenkomstig artikel 12, lid 2;

f) stelt een technische en operationele strategie voor Europees geïntegreerd grensbeheer vast, overeenkomstig artikel 3, lid 2;

g) stelt een besluit vast over de profielen en het totale aantal van de grenswachters en andere relevante personeelsleden die aan de Europese grens- en kustwachtteams ter beschikking dienen te worden gesteld, overeenkomstig artikel 20, lid 2;

h) stelt een besluit vast over de profielen en het minimumaantal van grenswachters en andere relevante personeelsleden die beantwoorden aan die profielen en die aan de snel inzetbare pool van Europese grens- en kustwachtteams ter beschikking dienen te worden gesteld, overeenkomstig artikel 20, lid 4, met een meerderheid van drie vierde van zijn stemgerechtigde leden;

i) stelt een jaarlijks verslag over de activiteiten van het Agentschap in het voorgaande jaar vast en zendt dit uiterlijk op 1 juli toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer;

j) stelt ieder jaar voor 30 november, rekening houdend met het advies van de Commissie, met een meerderheid van twee derde van zijn stemgerechtigde leden een enkelvoudig programmeringsdocument met de meerjarige programmering van het Agentschap en zijn werkprogramma voor het komende jaar vast en zendt dit toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

k) stelt procedures vast voor besluiten van de uitvoerend directeur in verband met de technische en operationele taken van het Agentschap;

l) stelt met een meerderheid van twee derde van zijn stemgerechtigde leden de jaarbegroting van het Agentschap vast en voert andere functies uit met betrekking tot de begroting van het Agentschap, overeenkomstig afdeling 5 van dit hoofdstuk;

m) treedt als tuchtinstantie op ten aanzien van de uitvoerend directeur en, in onderling akkoord met deze laatste, ten aanzien van de plaatsvervangend uitvoerend directeur;

n) stelt zijn reglement van orde vast;

o) bepaalt de organisatorische structuur van het Agentschap en stelt het personeelsbeleid van het Agentschap vast;

p) stelt een fraudebestrijdingsstrategie vast, die evenredig is aan het frauderisico en rekening houdt met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;

q) stelt interne regels vast voor het voorkomen en beheersen van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden;

r) oefent, overeenkomstig lid 8, ten aanzien van het personeel van het Agentschap de bevoegdheden uit die het Statuut toekent aan het tot aanstelling bevoegde gezag en die de Regeling toekent aan het tot het sluiten van contracten bevoegde gezag (hierna „de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag” genoemd);

s) stelt passende regels ter uitvoering van het Statuut en de Regeling vast, overeenkomstig artikel 110 van het Statuut;

t) zorgt voor passende follow-up van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne en externe auditverslagen en beoordelingen en uit de onderzoeken van OLAF;

u) stelt de in artikel 8, lid 3, tweede alinea, bedoelde communicatie- en verspreidingsplannen vast en werkt deze regelmatig bij;

v) benoemt overeenkomstig het Statuut en de Regeling een rekenplichtige die volledig onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn taken;

w) stelt een gemeenschappelijke kwetsbaarheidsbeoordelingsmethode vast, met inbegrip van objectieve criteria aan de hand waarvan het Agentschap de kwetsbaarheidsbeoordeling uitvoert, de frequentie van zulke beoordelingen en de wijze waarop opeenvolgende kwetsbaarheidsbeoordelingen van lidstaten moeten worden uitgevoerd;

x) stelt een intensievere beoordeling en controle van een lidstaat als bedoeld in artikel 13, lid 2, vast;

y) benoemt een grondrechtenfunctionaris, overeenkomstig artikel 71, lid 1;

z) keurt de werkafspraken met derde landen goed.

Het jaarlijks activiteitenverslag zoals bedoeld onder i) wordt openbaar gemaakt.

3. Voorstellen voor besluiten van de raad van bestuur als bedoeld in lid 2 betreffende specifieke activiteiten van het Agentschap aan of in de onmiddellijke nabijheid van de buitengrenzen van een specifieke lidstaat vereisen dat het lid van de raad van bestuur dat die lidstaat vertegenwoordigt vóór aanneming van de betrokken voorstellen stemt.

4. De raad van bestuur kan de uitvoerend directeur adviseren over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling van het operationele beheer van de buitengrenzen en terugkeer, waaronder onderzoeksactiviteiten.

5. Als Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk verzoeken om deel te mogen nemen aan specifieke activiteiten, neemt de raad van bestuur hierover een besluit.

De raad van bestuur besluit per geval bij absolute meerderheid van zijn stemgerechtigde leden. In zijn besluit houdt de raad van bestuur rekening met de vraag of de deelname van Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk bijdraagt tot het welslagen van de betrokken activiteit. Het besluit specifieert de financiële bijdrage van Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk aan de activiteit waarvoor een verzoek tot deelname is ingediend.

6. De raad van bestuur doet het Europees Parlement en de Raad („de begrotingsautoriteit”) jaarlijks alle relevante informatie over de resultaten van de evaluatieprocedures door het Agentschap toekomen.

7. De raad van bestuur kan een kleinschalige uitvoerende raad opzetten, die de raad van bestuur en de uitvoerend directeur helpt bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, programma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige en dringende besluiten neemt. De uitvoerende raad neemt geen besluiten waarvoor een twee derde of drie vierde meerderheid in de raad van bestuur nodig is. De raad van bestuur kan bepaalde welomschreven taken delegeren aan de uitvoerende raad, met name wanneer de doeltreffendheid van het Agentschap daardoor verbetert. Dergelijke delegatie aan de uitvoerende raad is niet toegestaan voor taken in verband met besluiten waarvoor een twee derde of drie vierde meerderheid in de raad van bestuur nodig is.

8. De raad van bestuur neemt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut een besluit dat is gebaseerd op artikel 2, lid 1, van het Statuut en artikel 6 van de Regeling, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden uiteenzet voor de opschorting van deze delegatie van bevoegdheden. De uitvoerend directeur mag deze bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur door middel van een besluit de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt heeft gedelegeerd, tijdelijk opschorten. Hij kan deze bevoegdheden dan zelf uitoefenen of delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.

Vorige artikelen

Volgende artikelen