Art. 40 Verordening (EU) 2016/1624, Taken en bevoegdheden van de teamleden
1. De teamleden zijn in staat alle taken te verrichten en alle bevoegdheden uit te oefenen die nodig zijn voor grenstoezicht en terugkeer en voor het verwezenlijken van de doelstellingen van Verordening (EU) 2016/399 en Richtlijn 2008/115/EG.
2. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden nemen de teamleden het recht van de Unie en het internationale recht in acht en leven zij de grondrechten na alsook het nationale recht van de ontvangende lidstaat.
3. De teamleden mogen uitsluitend taken verrichten en bevoegdheden uitoefenen op instructie van en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken van de ontvangende lidstaat. De ontvangende lidstaat mag de teamleden toestaan namens hem op te treden.
4. Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden dragen teamleden in voorkomend geval hun eigen uniform. Daarnaast dragen zij op hun uniform een zichtbaar kenmerk dat persoonlijke identificatie mogelijk maakt en een blauwe armband met het insigne van de Unie en van het Agentschap, waardoor zij als deelnemer aan een gezamenlijke operatie, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, een proefproject, een snelle grensinterventie, een terugkeeroperatie of een terugkeerinterventie kunnen worden geïdentificeerd. Om zich tegenover de nationale autoriteiten van de ontvangende lidstaat te kunnen identificeren, hebben teamleden altijd een accreditatiedocument bij zich, dat zij op verzoek tonen.
5. Bij het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen teamleden dienstwapens dragen en munitie en uitrusting bij zich hebben overeenkomstig hetgeen volgens het nationale recht van de lidstaat van herkomst is toegestaan. De ontvangende lidstaat mag echter bepaalde dienstwapendracht, munitie en uitrusting verbieden, op voorwaarde dat de eigen wetgeving voorziet in dezelfde verbodsbepalingen voor eigen bij met terugkeer verband houdende taken betrokken grenswachters of personeel. De ontvangende lidstaat laat het Agentschap, voordat de teamleden worden ingezet, weten welke dienstwapens, munitie en uitrusting zijn toegestaan en in welke omstandigheden zij mogen worden gebruikt. Het Agentschap stelt deze informatie ter beschikking van de lidstaten.
6. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen de teamleden gebruikmaken van geweld, waaronder dienstwapens, munitie en uitrusting, indien de lidstaat van herkomst en de ontvangende lidstaat daarmee instemmen, in aanwezigheid van grenswachters van de ontvangende lidstaat en met inachtneming van het nationale recht van de ontvangende lidstaat. De ontvangende lidstaat kan, indien de lidstaat van herkomst daarmee instemt, teamleden de toestemming geven om in afwezigheid van de grenswachters van de ontvangende lidstaat geweld te gebruiken.
7. Dienstwapens, munitie en uitrusting mogen worden gebruikt in geval van wettige zelfverdediging en wettige verdediging van teamleden of andere personen met inachtneming van het nationale recht van de ontvangende lidstaat.
8. In het kader van deze verordening staat de ontvangende lidstaat teamleden toe Europese gegevensbanken te raadplegen die voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen als vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, grensbewaking en terugkeer noodzakelijk zijn. De ontvangende lidstaat kan hen toestaan zijn nationale gegevensbanken te raadplegen indien nodig voor het zelfde doel. De lidstaten zorgen ervoor dat zij op doeltreffende en doelmatige wijze toegang verstrekken tot deze gegevensbanken. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Voordat de teamleden worden ingezet, deelt de ontvangende lidstaat het Agentschap mee welke nationale en Europese databanken mogen worden geraadpleegd. Het Agentschap stelt deze informatie ter beschikking van alle lidstaten die aan de inzet deelnemen.
De raadpleging gebeurt met inachtneming van het recht van de Unie op het gebied van gegevensbescherming en het nationale recht van de ontvangende lidstaat op het gebied van gegevensbescherming.
9. Beslissingen tot weigering van toegang overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2016/399 worden uitsluitend door grenswachters van de ontvangende lidstaat genomen, of door de teamleden als zij van de ontvangende lidstaat de toestemming hebben gekregen om namens deze laatste op te treden.