Art. 42 Verordening (EU) 2016/1624, Burgerrechtelijke aansprakelijkheid

Verordening (EU) 2016/1624

1. Wanneer teamleden optreden in een ontvangende lidstaat, is die lidstaat aansprakelijk voor de schade die zij tijdens de operaties veroorzaken, overeenkomstig zijn nationale recht.

2. Indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, mag de ontvangende lidstaat de lidstaat van herkomst benaderen met het oog op de terugbetaling door de lidstaat van herkomst van aan de slachtoffers of hun rechthebbenden door de ontvangende lidstaat uitgekeerde bedragen.

3. Onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, ziet elke lidstaat af van vorderingen tegen de ontvangende lidstaat of een andere lidstaat wegens geleden schade, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

4. Geschillen tussen lidstaten in verband met de toepassing van de leden 2 en 3 van dit artikel die niet kunnen worden beslecht door wederzijdse onderhandelingen, worden overeenkomstig artikel 273 VWEU door deze lidstaten voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

5. Onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, worden kosten ten gevolge van tijdens de inzet veroorzaakte schade aan de uitrusting van het Agentschap gedekt door het Agentschap, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

Vorige artikelen

Volgende artikelen