Art. 36 Verordening (EU) 2016/1624, Opleiding
1. Het Agentschap ontwikkelt in samenwerking met de passende opleidingsinstanties van de lidstaten en, wanneer gepast, het EASO en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten specifieke opleidingsinstrumenten, waaronder specifieke opleidingen met betrekking tot de bescherming van kinderen en andere personen in een kwetsbare situatie. Het verstrekt grenswachters en andere relevante personeelsleden die lid zijn van de Europese grens- en kustwachtteams vervolgopleiding die relevant is voor hun taken en bevoegdheden. Deskundigen die behoren tot het personeel van het Agentschap houden regelmatig oefeningen met deze grenswachters volgens de in het jaarlijkse werkprogramma van het Agentschap bedoelde planning voor vervolgopleiding en oefening.
2. Het Agentschap neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle grenswachters en andere relevante personeelsleden van de lidstaten die deelnemen aan de Europese grens- en kustwachtteams, evenals de personeelsleden van het Agentschap, voordat zij deelnemen aan de door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten, opleiding hebben ontvangen betreffende het recht van de Unie en het internationale recht ter zake, waaronder de grondrechten, toegang tot internationale bescherming en, wanneer gepast, opsporing en redding.
3. Het Agentschap financiert 100 % van de opleiding voor grenswachters die deel uitmaken van de in artikel 20, lid 5, bedoelde snel inzetbare pool, voor hun deelname aan deze pool.
4. Het Agentschap neemt de nodige initiatieven om te zorgen voor opleiding van het personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken en wordt ingedeeld in de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde pools. Het Agentschap zorgt ervoor dat zijn personeel en al het personeel dat deelneemt aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, voordat het deelneemt aan door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten, opleiding heeft ontvangen betreffende het recht van de Unie en het internationale recht ter zake, waaronder de grondrechten en toegang tot internationale bescherming.
5. Het Agentschap stelt een gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters vast, ontwikkelt deze verder en verstrekt opleiding op Europees niveau voor opleiders van de nationale grenswachters van de lidstaten, onder meer inzake de grondrechten, de toegang tot internationale bescherming en het relevante zeerecht. De gemeenschappelijke basisinhoud beoogt de hoogste normen en optimale werkwijzen bij de tenuitvoerlegging van de Uniewetgeving op het gebied van grensbeheer te bevorderen. Het Agentschap stelt de gemeenschappelijke basisinhoud op na raadpleging van het adviesforum en de grondrechtenfunctionaris. De lidstaten nemen de gemeenschappelijke basisinhoud op in de opleiding die zij verstrekken aan hun nationale grenswachters en personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken.
6. Het Agentschap biedt voor personeelsleden van de bevoegde nationale diensten van de lidstaten en, indien van toepassing, van derde landen ook aanvullende cursussen en studiebijeenkomsten aan over onderwerpen in verband met het toezicht aan de buitengrenzen en de terugkeer van onderdanen van derde landen.
7. Het Agentschap kan in samenwerking met de lidstaten en derde landen opleidingsactiviteiten organiseren op hun grondgebied.
8. Het Agentschap stelt een uitwisselingsprogramma op dat de grenswachters die deelnemen aan de Europese grens- en kustwachtteams en het personeel dat deelneemt aan de Europese terugkeerinterventieteams de mogelijkheid biedt door samenwerking met grenswachters en met personeel dat in een andere lidstaat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken, kennis of specifieke deskundigheid te verwerven op basis van ervaringen en goede werkmethoden in een andere lidstaat.