Art. 39 Verordening (EU) 2016/1624, Pool van technische uitrusting
1. Het Agentschap zorgt voor het opzetten en bijhouden van centrale registers van uitrusting in een pool van technische uitrusting die bestaat uit aan de lidstaten of aan het Agentschap toebehorende uitrusting en aan de lidstaten en het Agentschap in mede-eigendom toebehorende uitrusting voor zijn operationele activiteiten.
2. Uitrusting die uitsluitend het eigendom zijn van het Agentschap is op elk moment als bedoeld in artikel 38, lid 4, volledig beschikbaar voor inzet.
3. Uitrusting die voor meer dan 50 % in mede-eigendom is van het Agentschap, is eveneens beschikbaar voor inzet overeenkomstig een in artikel 38, lid 4, bedoelde overeenkomst tussen een lidstaat en het Agentschap.
4. Het Agentschap zorgt voor de compatibiliteit en interoperabiliteit van de uitrusting die in de pool van technische uitrusting is opgenomen.
Daartoe bepaalt het technische normen waaraan de uitrusting moet voldoen voor de inzet ervan, indien nodig, bij de activiteiten van het Agentschap. Uitrusting die door het Agentschap, als enige eigenaar of mede-eigenaar, moet worden aangekocht en uitrusting die het eigendom is van lidstaten die in de pool van technische uitrusting is opgenomen, voldoen aan deze technische normen.
5. De uitvoerend directeur stelt de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel vast, die vereist is om te voldoen aan de behoeften van het Agentschap, in het bijzonder voor het uitvoeren van gezamenlijke operaties, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, overeenkomstig zijn werkprogramma voor het betrokken jaar.
Indien de minimale hoeveelheid technische uitrusting voor een artikel niet blijkt te volstaan om het voor dergelijke activiteiten overeengekomen operationele plan uit te voeren, wordt die hoeveelheid door het Agentschap op basis van een verantwoorde behoeftestelling en een overeenkomst met de lidstaten aangepast.
6. De pool van technische uitrusting bevat voor elk type technische uitrusting de minimale hoeveelheid uitrusting per artikel die door het Agentschap noodzakelijk wordt geacht. De in de pool opgenomen uitrusting wordt ingezet bij gezamenlijke operaties, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, proefprojecten, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties of terugkeerinterventies.
7. De pool van technische uitrusting bevat een pool van uitrusting voor een snelle reactie met een beperkte hoeveelheid uitrusting per artikel die noodzakelijk is voor mogelijke snelle grensinterventies. De bijdragen van de lidstaten aan de pool van uitrusting voor een snelle reactie worden gepland in overeenstemming met de in lid 8 bedoelde jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten. Voor de uitrusting op de lijst van de artikelen in deze pool kunnen de lidstaten zich niet beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in lid 8.
De uitrusting op deze lijst wordt zo spoedig mogelijk voor inzet naar de bestemming gestuurd, maar niet langer dan tien dagen na de datum waarop overeenstemming werd bereikt over het operationele plan.
Het Agentschap draagt tot deze pool bij met uitrusting die als bedoeld in artikel 38, lid 1, ter beschikking van het Agentschap staat.
8. De lidstaten dragen bij tot de pool van technische uitrusting. De bijdrage van de lidstaten tot de pool en tot de inzet van technische uitrusting voor specifieke operaties wordt gepland op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het Agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten en voor zover het gaat om de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel voor een bepaald jaar, stellen de lidstaten hun technische uitrusting op verzoek van het Agentschap voor inzet ter beschikking, tenzij zij geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt. Indien een lidstaat zich beroept op een dergelijke uitzonderlijke situatie, deelt hij het Agentschap schriftelijk de gedetailleerde redenen daarvoor alsmede informatie over de situatie mee, waarvan de inhoud wordt opgenomen in het verslag als bedoeld in lid 13. Het verzoek van het Agentschap wordt ten minste 45 dagen voor de beoogde inzet van belangrijke technische uitrusting en 30 dagen voor de beoogde inzet van andere uitrusting ingediend. De bijdragen tot de pool van technische uitrusting worden elk jaar opnieuw geëvalueerd.
9. De regels betreffende de technische uitrusting, met inbegrip van de vereiste totale minimale hoeveelheid artikelen per type technische uitrusting, en de nadere voorwaarden voor inzet en de vergoeding van kosten, alsook de beperkte hoeveel artikelen van technische uitrusting voor een pool van uitrusting voor een snelle reactie, worden jaarlijks op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur vastgesteld. Om budgettaire redenen dient de raad van bestuur dit besluit jaarlijks uiterlijk op 30 juni te nemen.
10. Indien een snelle grensinterventie plaatsvindt, wordt artikel 17, lid 11, dienovereenkomstig toegepast.
11. Indien er een onverwachte behoefte ontstaat aan technische uitrusting voor een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie nadat de minimale hoeveelheid artikelen van technische uitrusting reeds is vastgesteld, en niet in die behoefte kan worden voorzien uit de pool van technische uitrusting of de pool van uitrusting voor een snelle reactie, stellen de lidstaten, indien mogelijk, op ad-hocbasis de benodigde technische uitrusting op verzoek van het Agentschap ter beschikking voor inzet.
12. De uitvoerend directeur brengt regelmatig verslag uit aan de raad van bestuur over de samenstelling en de inzet van de uitrusting die deel uitmaakt van de pool van technische uitrusting. Als de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel die voor de pool nodig is, niet wordt bereikt, stelt de uitvoerend directeur de raad van bestuur hiervan onverwijld in kennis. De raad van bestuur beslist met spoed aan welke zaken bij de inzet van de technische uitrusting prioriteit moet worden gegeven en neemt passende maatregelen om het tekort te verhelpen. De raad van bestuur brengt de Commissie op de hoogte van het tekort en de getroffen maatregelen. Vervolgens legt de Commissie deze informatie samen met haar eigen beoordeling voor aan het Europees Parlement en de Raad.
13. Het Agentschap dient elk jaar een verslag in bij het Europees Parlement waarin wordt vermeld hoeveel technische uitrusting per artikel elke lidstaat overeenkomstig dit artikel voor de pool van technische uitrusting ter beschikking heeft gesteld. In dit verslag wordt vermeld welke lidstaten zich in het voorgaande jaar hebben beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in lid 8 en welke redenen en informatie zij in dit kader hebben verstrekt.
14. De lidstaten registreren in de pool van technische uitrusting alle vervoersmaterieel en operationele uitrusting aangeschaft in het kader van de specifieke acties van het Fonds voor interne veiligheid overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad (31) of in voorkomend geval enige andere specifieke Uniefinanciering die aan de lidstaten ter beschikking is gesteld met het oog op het versterken van de operationele capaciteit van het Agentschap. Deze technische uitrusting maakt deel uit van de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel voor een bepaald jaar.
De lidstaten stellen deze technische uitrusting op verzoek van het Agentschap ter beschikking voor inzet. In het geval van een operatie als genoemd in artikel 17 of artikel 19 van deze Verordening, mogen zij zich niet beroepen op de uitzonderlijke situatie als bedoeld in lid 8 van dit artikel.
15. Het Agentschap houdt de registers van de pool van technische uitrusting als volgt bij:
a) indeling naar type uitrusting en naar type operatie;
b) indeling naar eigenaar (lidstaat, agentschap, andere);
c) totale hoeveelheden vereiste uitrusting per artikel;
d) in voorkomend geval vereist personeel;
e) overige informatie, zoals registratiegegevens, vereisten op het gebied van transport en onderhoud, toepasselijke nationale exportregelingen, technische instructies, of overige informatie die van belang is voor het correcte gebruik van de uitrusting.
16. Het Agentschap financiert 100 % van de inzet van de technische uitrusting die deel uitmaakt van de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel die een bepaalde lidstaat voor een bepaald jaar ter beschikking stelt. De inzet van technische uitrusting die geen deel uitmaakt van de minimale hoeveelheid technische uitrusting per artikel wordt tot maximaal 100 % van de in aanmerking komende uitgaven door het Agentschap medegefinancierd, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van de lidstaten die deze technische uitrusting inzetten.