Art. 78 Verordening (EU) 2016/1447, Algemene bepalingen
1. Elke regulerende instantie specificeert, na raadpleging van de relevante systeembeheerders, eigenaren van HVDC-systemen en eigenaren van DC-aangesloten power park modules en van andere belanghebbenden op wie deze verordening invloed kan hebben, de criteria voor het toestaan van afwijkingen overeenkomstig de artikelen 79 tot en met 81. Zij publiceert deze criteria op haar website en brengt deze uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ter kennis van de Commissie. De Commissie kan een regulerende instantie verzoeken om criteria te wijzigen wanneer zij van oordeel is dat die criteria niet in overeenstemming zijn met deze verordening. Deze mogelijkheid om de criteria voor het toestaan van afwijkingen te evalueren en te wijzigen laat reeds toegestane afwijkingen onverlet, die geldig blijven tot de geplande vervaldatum daarvan als vastgelegd in het besluit waarbij de afwijking wordt toegestaan.
2. Wanneer de regulerende instantie van mening is dat dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de ontwikkeling van de systeemeisen noodzakelijk is, kan zij de criteria voor het toestaan van afwijkingen hoogstens om het jaar herzien en aanpassen overeenkomstig lid 1. Wijzigingen van de criteria gelden niet voor reeds aangevraagde afwijkingen.
3. De regulerende instantie kan besluiten dat HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules waarvoor overeenkomstig de artikelen 79 tot en met 81 een afwijkingsverzoek is ingediend, niet hoeven te voldoen aan de eisen van deze verordening waarvoor om een afwijking is verzocht vanaf de dag dat het verzoek is ingediend tot het moment waarop de regulerende instantie haar besluit heeft genomen.