Art. 79 Verordening (EU) 2016/1447, Door de eigenaar van een HVDC-systeem of eigenaar van een DC-aangesloten power park module ingediend afwijkingsverzoek
1. Eigenaren, of toekomstige eigenaren, van HVDC-systemen en van DC-aangesloten power park modules kunnen een afwijkingsverzoek indienen voor één of meerdere eisen van deze verordening.
2. Een afwijkingsverzoek wordt ingediend bij de relevante systeembeheerder en omvat:
a) de identificatie van de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module, en een contactpersoon voor alle communicatie;
b) een beschrijving van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module waarvoor een afwijking wordt aangevraagd;
c) een verwijzing naar de bepalingen van deze verordening waarvoor een afwijking wordt aangevraagd en een gedetailleerde beschrijving van de aangevraagde afwijking;
d) een gedetailleerde onderbouwing, met de relevante ondersteunende documenten en een kosten-batenanalyse overeenkomstig de eisen van artikel 66;
e) een bewijs dat de aangevraagde afwijking geen negatief effect heeft op de grensoverschrijdende handel;
f) in het geval van een DC-aangesloten power park module die verbonden is met één of meer remote-end HVDC-convertorstations, het bewijs dat het convertorstation geen hinder ondervindt van de afwijking of, als alternatief, de instemming met de voorgestelde afwijking van de eigenaar van het convertorstation.
3. Binnen een termijn van twee weken na ontvangst van het afwijkingsverzoek bevestigt de relevante systeembeheerder aan de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module dat het verzoek al dan niet compleet is. Wanneer de relevante systeembeheerder van mening is dat het verzoek niet compleet is, dient de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module de benodigde aanvullende informatie in binnen een termijn van één maand na ontvangst van het verzoek om aanvullende informatie. Indien de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module de opgevraagde informatie niet binnen die termijn inlevert, wordt het afwijkingsverzoek als ingetrokken beschouwd.
4. De relevante systeembeheerder beoordeelt het afwijkingsverzoek en de verstrekte kosten-batenanalyse in overleg met de relevante TSB en alle betrokken naburige DSB's, en houdt daarbij rekening met door de regulerende instantie overeenkomstig artikel 78 vastgestelde criteria.
5. Wanneer het afwijkingsverzoek betrekking heeft op een HVDC-systeem dat of een DC-aangesloten power park module die is aangesloten op een distributiesysteem, met inbegrip van gesloten distributiesystemen, gaat de beoordeling van de relevante systeembeheerder vergezeld van een beoordeling van het afwijkingsverzoek door de relevante TSB. De relevante TSB verstrekt zijn beoordeling binnen een tijdsbestek van twee maanden nadat hij daartoe door de relevante systeembeheerder is verzocht.
6. Binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van het afwijkingsverzoek stuurt de relevante systeembeheerder dit verzoek door naar de regulerende instantie, samen met de overeenkomstig de leden 4 en 5 opgestelde beoordeling(en). Die termijn kan met één maand worden verlengd wanneer de relevante systeembeheerder aanvullende informatie bij de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module heeft opgevraagd, en met twee maanden wanneer de relevante systeembeheerder de relevante TSB heeft verzocht een beoordeling op te stellen van het afwijkingsverzoek.
7. De regulerende instantie stelt een besluit betreffende elk afwijkingsverzoek binnen een termijn van zes maanden na de dag waarop zij het desbetreffende verzoek heeft ontvangen vast. Deze termijn kan vóór de vervaldag met drie maanden worden verlengd wanneer de regulerende instantie aanvullende informatie van de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module of van enige andere belanghebbende verlangt. De aanvullende termijn begint wanneer de complete informatie is ontvangen.
8. De eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module verstrekt alle door de regulerende instantie opgevraagde aanvullende informatie binnen een termijn van twee maanden na het desbetreffende verzoek. Wanneer de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module de opgevraagde informatie niet binnen die termijn verstrekt, wordt het afwijkingsverzoek geacht te zijn ingetrokken, behalve indien vóór de vervaldag:
a) de regulerende instantie besluit een verlenging van de termijn te verlenen, of
b) de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module de regulerende instantie er door middel van een met redenen omkleed schrijven van op de hoogte stelt dat het afwijkingsverzoek compleet is.
9. De regulerende instantie neemt een met redenen omkleed besluit betreffende het afwijkingsverzoek. Wanneer de regulerende instantie de afwijking toestaat, specificeert zij de duur daarvan.
10. De regulerende instantie stelt de eigenaar of toekomstige eigenaar van het HVDC-systeem of van de DC-aangesloten power park module, de relevante systeembeheerder en de relevante TSB in kennis van haar besluit.
11. Een regulerende instantie kan haar besluit om een afwijking toe te staan, intrekken wanneer de omstandigheden en onderliggende redenen niet langer van toepassing zijn of op grond van een met redenen omklede aanbeveling van de Commissie of een met redenen omklede aanbeveling van het Agentschap overeenkomstig artikel 83, lid 2.