Art. 73 Verordening (EU) 2016/1447, Conformiteitssimulaties voor HVDC-systemen
1. In plaats van een deel van de hieronder beschreven simulaties kunnen conformiteitscertificaten worden gebruikt, op voorwaarde dat zij aan de relevante systeembeheerder worden verstrekt.
2. Wat de simulatie van de injectie van de snelle foutstroom betreft:
a) de eigenaar van de HVDC-convertoreenheid of de eigenaar van het HVDC-convertorstation simuleert de injectie van snelle foutstroom onder de in artikel 19 gespecificeerde voorwaarden;
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn, wanneer conformiteit met de overeenkomstig artikel 19 gespecificeerde eisen wordt aangetoond.
3. Wat de simulatie van de fault-ride-through-capaciteit betreft:
a) de eigenaar van het HVDC-systeem simuleert de fault-ride-through-capaciteit onder de in artikel 25 gespecificeerde voorwaarden, en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn, wanneer conformiteit met de overeenkomstig artikel 25 gespecificeerde eisen wordt aangetoond.
4. Wat de simulatie van het herstel van het werkzaam vermogen na storing betreft:
a) de eigenaar van het HVDC-systeem simuleert de capaciteit tot herstel van het werkzaam vermogen na storing onder de in artikel 26 gespecificeerde voorwaarden;
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn, wanneer conformiteit met de overeenkomstig artikel 26 gespecificeerde eisen wordt aangetoond.
5. Wat de simulatie van de capaciteit voor het leveren van blindvermogen betreft:
a) de eigenaar van de HVDC-convertoreenheid of de eigenaar van het HVDC-convertorstation simuleert de capaciteit voor het leveren van inductief en capacitief blindvermogen onder de in artikel 20, leden 2 tot en met 4, gespecificeerde voorwaarden;
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) het simulatiemodel van de HVDC-convertoreenheid of het HVDC-convertorstation is gevalideerd aan de hand van de conformiteitstests met betrekking tot de capaciteit voor het leveren van blindvermogen als beschreven in artikel 71;
ii) de conformiteit met de in artikel 20, leden 2 tot en met 4, vastgelegde eisen is aangetoond.
6. Wat de simulatie van regeling voor het dempen van vermogensoscillaties betreft:
a) de eigenaar van het HVDC-systeem toont de prestaties van zijn regelsysteem (POD-functie) aan bij het dempen van vermogensoscillaties onder de in artikel 30 gespecificeerde voorwaarden;
b) de afstelling resulteert in een verbeterde demping van de desbetreffende respons van het werkzaam vermogen van het HVDC-systeem in combinatie met de POD-functie, vergeleken met de respons van het werkzaam vermogen van het HVDC-systeem zonder POD-functie;
c) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) de POD-functie dempt de bestaande vermogensoscillaties van het HVDC-systeem binnen een door de relevante TSB gespecificeerd frequentiebereik. Dit frequentiebereik omvat de lokale frequentiemodus van het HVDC-systeem en de te verwachten netwerkoscillaties, en
ii) een verandering van het transport van het werkzaam vermogen van het HVDC-systeem, als gespecificeerd door de relevante TSB, leidt niet tot ongedempte oscillaties van werkzaam vermogen of blindvermogen van het HVDC-systeem.
7. Wat de simulatie van de wijziging van het werkzaam vermogen in het geval van storing betreft:
a) de eigenaar van het HVDC-systeem simuleert de capaciteit om het werkzaam vermogen snel te wijzigen overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b), en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) het HVDC-systeem heeft aangetoond stabiel in bedrijf te kunnen blijven wanneer het een vooraf gespecificeerde reeks variaties van het werkzaam vermogen volgt;
ii) de initiële vertraging van de aanpassing van het werkzaam vermogen is korter dan de in artikel 13, lid 1, onder b), gespecificeerde tijdsduur, of het kan redelijkerwijs worden gerechtvaardigd als die vertraging groter is.
8. Wat de simulatie van de omkering van het werkzaam vermogen, zoals van toepassing, betreft:
a) de eigenaar van het HVDC-systeem simuleert de capaciteit om het werkzaam vermogen snel te wijzigen overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder c);
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) het HVDC-systeem heeft aangetoond stabiel in bedrijf te kunnen blijven;
ii) de tijdsduur voor de aanpassing van het werkzaam vermogen is korter dan de in artikel 13, lid 1, onder c), gespecificeerde waarde, of het kan redelijkerwijs worden gerechtvaardigd wanneer die tijdsduur groter is.