Art. 74 Verordening (EU) 2016/1447, Conformiteitssimulaties voor DC-aangesloten power park modules en remote-end HVDC-convertoreenheden
1. Voor DC-aangesloten power park modules worden de in dit artikel omschreven conformiteitssimulaties uitgevoerd. In plaats van een deel van de hieronder beschreven simulaties kunnen conformiteitscertificaten worden gebruikt, op voorwaarde dat die aan de relevante systeembeheerder worden verstrekt.
2. Wat de simulatie van de injectie van de snelle foutstroom betreft:
a) de eigenaar van de DC-aangesloten power park module simuleert de capaciteit voor de injectie van snelle foutstroom onder de in artikel 20, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2016/631 gespecificeerde voorwaarden, en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer conformiteit met de in artikel 20, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2016/631 genoemde eisen wordt aangetoond.
3. Wat de simulatie van het herstel van het werkzaam vermogen na storing betreft:
a) de eigenaar van de DC-aangesloten power park module simuleert de capaciteit tot herstel van het werkzaam vermogen na storing onder de in artikel 20, lid 3, onder a), van Verordening (EU) 2016/631 gespecificeerde voorwaarden, en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer conformiteit met de in artikel 20, lid 3, onder a), van Verordening (EU) 2016/631 genoemde eisen wordt aangetoond.
4. Wat de simulatie van de capaciteit van DC-aangesloten power park modules voor het leveren van blindvermogen betreft:
a) de eigenaar van de DC-aangesloten power park module simuleert de capaciteit voor het leveren van inductief en capacitief blindvermogen onder de in artikel 40, lid 2, gespecificeerde voorwaarden, en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) het simulatiemodel van de DC-aangesloten power park module is gevalideerd aan de hand van de conformiteitstests met betrekking tot de capaciteit voor het leveren van blindvermogen als beschreven in artikel 72, lid 2;
ii) de conformiteit met de in artikel 40, lid 2, vastgelegde eisen is aangetoond.
5. Wat de simulatie van de capaciteit van remote-end HVDC-convertoreenheden voor het leveren van blindvermogen betreft:
a) de eigenaar van de HVDC-convertoreenheid of van het remote-end HVDC-convertorstation simuleert de capaciteit voor het leveren van inductief en capacitief blindvermogen onder de in artikel 48, lid 2, gespecificeerde voorwaarden, en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) het simulatiemodel van de HVDC-convertoreenheid of het remote-end HVDC-convertorstation is gevalideerd aan de hand van de conformiteitstests met betrekking tot de capaciteit voor het leveren van blindvermogen als beschreven in artikel 72, lid 3;
ii) de conformiteit met de in artikel 48, lid 2, vastgelegde eisen is aangetoond.
6. Wat de simulatie van regeling voor het dempen van vermogensoscillaties betreft:
a) de eigenaar van de DC-aangesloten power park module simuleert de capaciteit voor het dempen van vermogensoscillaties onder de in artikel 21, lid 3, onder f), van Verordening (EU) 2016/631 gespecificeerde voorwaarden, en
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer het model conformiteit aantoont met de in artikel 21, lid 3, onder f), van Verordening (EU) 2016/631 gespecificeerde voorwaarden.
7. Wat de simulatie van de fault-ride-through-capaciteit betreft:
a) het model van de eigenaar van de DC-aangesloten power park module simuleert de capaciteit tot fault-ride-through onder de in artikel 16, lid 3, onder a), van Verordening (EU) 2016/631 gespecificeerde voorwaarden;
b) de simulatie wordt geacht succesvol te zijn wanneer het model conformiteit aantoont met de in artikel 16, lid 3, onder a), van Verordening (EU) 2016/631 gespecificeerde voorwaarden.