Art. 5 Verordening (EU) 2016/631, Bepaling van de significantie
1. Elektriciteitsproductie-eenheden voldoen aan de eisen op basis van het spanningsniveau in hun aansluitpunt en hun maximumcapaciteit overeenkomstig de in lid 2 vermelde categorieën.
2. Elektriciteitsproductie-eenheden binnen de volgende categorieën worden als significant beschouwd:
a) aansluitpunt beneden 110 kV en maximumcapaciteit van 0,8 kW of meer (type A);
b) aansluitpunt beneden 110 kV en maximumcapaciteit van minimaal een drempelwaarde, door elke relevante TSB voorgesteld overeenkomstig de procedure van lid 3 (type B). Deze drempelwaarde ligt niet boven de in tabel 1 genoemde grenswaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B;
c) aansluitpunt beneden 110 kV en maximumcapaciteit van minimaal een drempelwaarde, door elke relevante TSB gespecificeerd overeenkomstig lid 3 (type C). Deze drempelwaarde ligt niet boven de in tabel 1 genoemde grenswaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type C, of
d) aansluitpunt op 110 kV of daarboven (type D). Een elektriciteitsproductie-eenheid is ook van het type D als het aansluitpunt ervan beneden 110 kV ligt en de maximumcapaciteit op of boven een drempelwaarde ligt, vastgesteld overeenkomstig lid 3. Deze drempelwaarde ligt niet boven de in tabel 1 genoemde grenswaarde voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type D.
Tabel 1
Grenswaarden voor de drempelwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B, C en D
Synchrone zone
Grenswaarde voor de maximumcapaciteitsdrempelwaarde waarboven een productie-eenheid van het type B is
Grenswaarde voor de maximumcapaciteitsdrempelwaarde waarboven een productie-eenheid van het type C is
Grenswaarde voor de maximumcapaciteitsdrempelwaarde waarboven een productie-eenheid van het type D is
Continentaal Europa
1 MW
50 MW
75 MW
Groot-Brittannië
1 MW
50 MW
75 MW
Noord-Europa
1,5 MW
10 MW
30 MW
Ierland en Noord-Ierland
0,1 MW
5 MW
10 MW
Baltische staten
0,5 MW
10 MW
15 MW
3. Voorstellen voor maximumcapaciteitsdrempelwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van de types B, C en D worden ter goedkeuring voorgelegd aan de relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat. Bij de uitwerking van de desbetreffende voorstellen werkt de relevante TSB samen met naburige TSB's en DSB's en voert hij een openbare raadpleging uit overeenkomstig artikel 10. Een voorstel van de relevante TSB om de drempelwaarden te wijzigen, kan niet eerder dan drie jaar na het vorige voorstel worden ingediend.
4. Eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties verlenen ondersteuning bij deze procedure en verstrekken de door de relevante TSB opgevraagde gegevens.
5. Wanneer een elektriciteitsproductie-eenheid als resultaat van een wijziging van de drempelwaarden in aanmerking komt voor een ander type, geldt de in artikel 4, lid 3, genoemde procedure voor bestaande productie-eenheden alvorens overeenstemming met de eisen voor dat nieuwe type kan worden geëist.