Art. 37 Verordening (EU) 2016/631, Beperkte bedrijfsvoeringsnotificatie voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type D
1. De eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties waaraan een FON is verstrekt, informeren de relevante systeembeheerder onmiddellijk in de volgende omstandigheden:
a) de installatie is tijdelijk onderhevig aan een ingrijpende aanpassing of een verlies van capaciteit die de prestaties beïnvloeden, of
b) een defect van de apparatuur dat resulteert in een niet-conformiteit met bepaalde relevante eisen.
2. De eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie vraagt bij de relevante systeembeheerder een LON aan indien de desbetreffende eigenaar redelijkerwijze verwacht dat de in lid 1 bedoelde omstandigheden langer dan drie maanden zullen aanhouden.
3. De relevante systeembeheerder reikt een LON uit die de volgende duidelijk identificeerbare informatie bevat:
a) de niet-opgeloste problemen die het uitreiken van de LON rechtvaardigen;
b) de verantwoordelijkheden en tijdsduur voor realisatie van de verwachte oplossing, en
c) de maximale geldigheidsduur die niet meer dan twaalf maanden mag bedragen. De initieel toegestane periode kan korter zijn, met de mogelijkheid tot verlenging wanneer tot tevredenheid van de relevante systeembeheerder bewijzen worden geleverd die aantonen dat substantiële vooruitgang is geboekt op weg naar volledige conformiteit.
4. De FON wordt gedurende de geldigheidsduur van de LON opgeschort wat de items betreft waarvoor de LON is verstrekt.
5. Een verdere verlenging van de geldigheidsduur van de LON kan worden verleend indien bij de relevante systeembeheerder om een afwijking wordt verzocht voordat die geldigheidsduur is afgelopen en in overeenstemming met de in titel V omschreven afwijkingsprocedure.
6. Vanaf het moment dat de LON niet langer geldig is, heeft de relevante systeembeheerder het recht de bedrijfsvoering van de elektriciteitsproductie-eenheid te weigeren. In dergelijke gevallen vervalt de geldigheid van de FON automatisch.
7. Wanneer de relevante systeembeheerder geen verlenging van de geldigheidsduur van de LON overeenkomstig lid 5 verleent of wanneer hij overeenkomstig lid 6 de bedrijfsvoering van de productie-eenheid weigert vanaf het moment dat de LON niet langer geldig is, kan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie de kwestie ter besluit voorleggen aan de regulerende instantie binnen een tijdsbestek van zes maanden na kennisgeving van het besluit van de relevante systeembeheerder.