Art. 36 Verordening (EU) 2016/631, Definitieve bedrijfsvoeringsnotificatie voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type D

Verordening (EU) 2016/631

1. Een FON machtigt de eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie om een elektriciteitsproductie-eenheid met gebruikmaking van de netaansluiting te bedrijven.

2. Een FON wordt door de relevante systeembeheerder verstrekt na voorafgaand opheffen van alle incompatibiliteiten die bij het verkrijgen van de ION-status zijn geconstateerd en op voorwaarde van voltooiing van het gegevens- en studie-evaluatieproces als vereist bij het onderhavige artikel.

3. Ten behoeve van het gegevens- en studie-evaluatieproces dient de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie de volgende elementen in bij de relevante systeembeheerder:

a) een gespecificeerde verklaring van conformiteit, en

b) een actualisering van de van toepassing zijnde technische gegevens, simulatiemodellen en studies als bedoeld in artikel 35, lid 3, onder b), d) en e), inclusief daadwerkelijk bij de tests gemeten waarden.

4. Wanneer incompatibiliteit is aangetoond in verband met de uitreiking van de FON, kan op door de relevante systeembeheerder ingediend verzoek een afwijking worden toegestaan overeenkomstig de in titel V beschreven afwijkingsprocedure. De relevante systeembeheerder verstrekt een FON indien de elektriciteitsproductie-eenheid in overeenstemming is met het bepaalde voor een afwijking.

Wanneer een afwijkingsverzoek wordt verworpen, heeft de relevante systeembeheerder het recht de exploitatie van de elektriciteitsproductie-eenheid te weigeren totdat de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie en de relevante systeembeheerder de incompatibiliteit oplossen en de relevante systeembeheerder oordeelt dat elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de bepalingen van deze verordening.

Wanneer de relevante systeembeheerder en de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie de incompatibiliteit niet binnen een redelijk tijdsbestek oplossen, maar in ieder geval uiterlijk zes maanden na kennisgeving van de weigering van het afwijkingsverzoek, kan iedere partij de kwestie ter besluit voorleggen aan de regulerende instantie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen