Art. 38 Verordening (EU) 2016/631, Bepaling van de kosten en baten van de toepassing van eisen op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden
1. Voorafgaand aan de toepassing van een in deze verordening vastgestelde eis op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden overeenkomstig artikel 4, lid 3, maakt de relevante TSB een kwalitatieve vergelijking van de aan de toepassing van die eis gerelateerde kosten en baten. Bij deze vergelijking wordt rekening gehouden met de beschikbare netwerkgebaseerde of marktgebaseerde alternatieven. De relevante TSB mag de kwantitatieve kosten-batenanalyse, overeenkomstig de leden 2 tot en met 5, uitsluitend initiëren als uit de kwalitatieve vergelijking blijkt dat de verwachte baten groter zijn dan de verwachte kosten. Indien echter de kosten als hoog of de baten als beperkt worden ingeschat, gaat de relevante TSB niet verder met dit onderzoek.
2. Na een voorbereidende fase overeenkomstig lid 1 voert de relevante TSB een kwantitatieve kosten-batenanalyse uit in verband met de toepassing op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van elke in overweging genomen eis waarvan in de voorbereidende fase overeenkomstig lid 1 de potentiële baten zijn aangetoond.
3. Binnen een termijn van drie maanden na de afronding van de kosten-batenanalyse vat de relevante TSB zijn bevindingen samen in een verslag dat:
a) de kosten-batenanalyse bevat, alsmede een aanbeveling inzake de verdere gang van zaken;
b) een voorstel omvat inzake een overgangsperiode voor de toepassing van de eis op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. Die overgangsperiode neemt niet meer dan twee jaar in beslag, vanaf de datum van het besluit inzake de toepasselijkheid van de eis van de regulerende instantie of indien van toepassing van de lidstaat;
c) wordt onderworpen aan een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10.
4. Uiterlijk zes maanden na beëindiging van de openbare raadpleging stelt de relevante TSB een verslag op met een toelichting van het resultaat van de raadpleging en met een voorstel over de toepasselijkheid van de eis in kwestie op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. Het verslag en het voorstel worden ter kennis gebracht van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat, en de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie of, indien van toepassing, de derde partij wordt over de inhoud ervan geïnformeerd.
5. Het door de relevante TSB bij de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat ingediende voorstel overeenkomstig artikel 4 omvat het volgende:
a) een bedrijfsvoeringsnotificatieprocedure om de tenuitvoerlegging van de eisen door de eigenaar van de bestaande elektriciteitsproductie-installatie aan te tonen;
b) een overgangsperiode voor de tenuitvoerlegging van de eisen, waarbij rekening wordt gehouden met de categorie van de elektriciteitsproductie-eenheid, overeenkomstig artikel 5, lid 2, en artikel 23, lid 3, en met alle onderliggende belemmeringen voor de efficiënte tenuitvoerlegging van de wijziging/modernisering van de apparatuur.