Art. 20 Verordening (EU) 2016/631, Eisen voor power park modules van het type B
1. Power park modules van het type B voldoen aan de eisen van artikel 13, behalve wat artikel 13, lid 2, onder b), betreft, en artikel 14.
2. Power park modules van het type B voldoen aan de volgende aanvullende eisen qua spanningsstabiliteit:
a) wat de capaciteit inzake blindvermogen betreft, kan de relevante systeembeheerder de capaciteit te bepalen van een power park module om blindvermogen te leveren;
b) de relevante systeembeheerder kan, in overleg met de relevante TSB, specificeren dat een power park module in staat is snelle foutstroom op het aansluitpunt te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen, en wel onder de volgende voorwaarden:
i) de power park module is in staat snelle foutstroom te leveren:
— door de levering van de snelle foutstroom op het aansluitpunt te waarborgen, of
— door de spanningsafwijkingen aan de klemmen van de afzonderlijke eenheden van de power park module te meten en snelle foutstroom te leveren aan de klemmen van deze eenheden;
ii) de relevante systeembeheerder specificeert in overleg met de relevante TSB:
— hoe en wanneer de spanningsafwijking moet worden vastgesteld en wanneer de spanningsafwijking eindigt;
— de kenmerken van de snelle foutstroom, inclusief het tijdsdomein voor het meten van de spanningsafwijking en de snelle foutstroom, waarvoor de spanning en stroom mag worden gemeten met een methode die afwijkt van de in artikel 2 omschreven methode;
— de timing en nauwkeurigheid van de snelle foutstroom, die verscheidene fasen kan omvatten gedurende een storing en na het afschakelen van de storing;
c) wat de levering van snelle foutstroom in het geval van asymmetrische (1-fase of 2-fasen) storingen betreft, kan relevante systeembeheerder, in overleg met de relevante TSB, een eis voor asymmetrische stroominjectie vaststellen.
3. Power park modules van het type B voldoen aan de volgende aanvullende eisen op het gebied van robuustheid:
a) de relevante TSB specificeert het herstel van het werkzaam vermogen na de fout waarvoor de power park module kan zorgen, en specificeert:
i) wanneer het herstel van het werkzaam vermogen na de fout begint, gebaseerd op een spanningscriterium;
ii) de maximaal toegestane tijd voor het herstel van het werkzaam vermogen, en
iii) een grootte en nauwkeurigheid voor het herstel van het werkzaam vermogen;
b) de specificaties zijn in overeenstemming met de volgende beginselen:
i) onderlinge afhankelijkheid van de eisen inzake snelle foutstroom, overeenkomstig lid 2, onder b) en c), en het herstel van het werkzaam vermogen;
ii) afhankelijkheid van de tijd voor herstel van het werkzaam vermogen en de duur van de spanningsafwijkingen;
iii) een vastgestelde grens voor de maximumtijd voor herstel van het werkzaam vermogen;
iv) de afstemming van het niveau van spanningsherstel en de minimale grootte voor herstel van het werkzaam vermogen, en
v) de adequate demping van oscillaties van het werkzaam vermogen.