Art. 45 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Wederzijdse bijstand

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. In de eerste drie maanden volgend op het ELGF-boekjaar van betaling zenden de lidstaten een lijst van de in artikel 83, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde ondernemingen toe aan elke lidstaat waar een dergelijke onderneming is gevestigd. De lijst bevat alle gegevens om de lidstaat van bestemming in staat te stellen deze ondernemingen te identificeren en zijn controleverplichtingen na te komen. De lidstaat van bestemming is overeenkomstig artikel 80 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 verantwoordelijk voor de controle van deze ondernemingen. Een kopie van elke lijst wordt aan de Commissie toegezonden.

De lidstaat waar het betrokken bedrag is betaald of ontvangen, kan de lidstaat waar de onderneming is gevestigd, verzoeken enkele van de ondernemingen op die lijst te controleren overeenkomstig artikel 80 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, onder vermelding van de noodzaak van het verzoek en met name de daaraan verbonden risico’s.

De lidstaat die het verzoek ontvangt, houdt terdege rekening met de door de aanvragende lidstaat opgegeven risico’s die met de onderneming zijn verbonden.

De aangezochte lidstaat deelt de aanvragende lidstaat mee hoe zijn verzoek is afgehandeld. Indien een op deze lijst voorkomende onderneming wordt gecontroleerd, deelt de aangezochte lidstaat die de controle heeft verricht de resultaten van de controle uiterlijk drie maanden na het einde van de controleperiode mee aan de aanvragende lidstaat.

Een overzicht van de verzoeken van deze aard wordt op kwartaalbasis aan de Commissie toegezonden binnen één maand na afloop van elk kwartaal. De Commissie kan een kopie van individuele verzoeken vragen.

De in de eerste alinea bedoelde lijst van ondernemingen wordt opgesteld volgens het model in bijlage VI.

2. De in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde lijst van ondernemingen wordt opgesteld volgens het model in bijlage VII bij de onderhavige verordening.

3. Een in lid 1, tweede alinea, van het onderhavige artikel en in artikel 83, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoeld verzoek van een lidstaat om een onderneming in een andere lidstaat te controleren, wordt opgesteld volgens het model in bijlage VIII bij de onderhavige verordening.

4. De informatie over de resultaten van de in lid 1, tweede alinea, van het onderhavige artikel en in artikel 83, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde controles wordt opgesteld volgens het model in bijlage IX bij de onderhavige verordening.

5. Het in lid 1, vijfde alinea, van het onderhavige artikel en in artikel 83, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde overzicht van de verzoeken, met inbegrip van de controleresultaten, wordt opgesteld volgens het model in bijlage X bij de onderhavige verordening.

6. De krachtens lid 1 van het onderhavige artikel te verstrekken informatie moet worden meegedeeld in elektronische vorm in het in bijlage II, deel 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 991/2013 vastgestelde format.

Vorige artikelen

Volgende artikelen