Art. 41 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Verlaging van het niveau van controles ter plaatse

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. De lidstaten kunnen besluiten het minimumniveau van controles ter plaatse overeenkomstig artikel 59, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 te verlagen indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a) de certificerende instantie heeft overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 een oordeel gegeven waarin wordt gevalideerd dat het internecontrolesysteem goed functioneert en dat het foutenpercentage voor de betrokken populatie lager was dan 2,0 voor op zijn minst de twee opeenvolgende begrotingsjaren die voorafgaan aan het jaar waarin het verlaagde controlepercentage zou worden toegepast;

b) de Commissie heeft de betrokken lidstaat niet meegedeeld dat zij het in dit lid, onder a), bedoelde oordeel dat de certificerende instantie in het kader van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 heeft gegeven, niet kan aanvaarden, en

c) de Commissie:

i) heeft de betrokken lidstaat niet overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 in kennis gesteld van tekortkomingen in het controlesysteem voor de betrokken individuele steunregeling of steunmaatregel, of

ii) is het bij de toepassing van artikel 34 van de onderhavige verordening eens met de corrigerende actie die de betrokken lidstaat heeft ondernomen toen hij overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 in kennis werd gesteld van tekortkomingen in het controlesysteem van de betrokken individuele steunregeling of steunmaatregel, en heeft dit aan de lidstaat meegedeeld.

2. De lidstaten kunnen besluiten het minimumniveau van de controles ter plaats te verlagen overeenkomstig de niveaus en, in voorkomend geval, de aanvullende voorwaarden als vastgesteld in de sectorale wetgeving.

De lidstaten melden hun besluit tot verlaging van de minimumniveau van de controles ter plaatse aan de Commissie zodra dit besluit is vastgesteld. Deze informatie omvat:

a) de betrokken steunregeling of steunmaatregel;

b) de periode waarin een verlaagd minimumniveau van controles ter plaatse van toepassing is;

c) het toe te passen verlaagde minimumniveau van controles ter plaatse.

3. Wanneer een van de in lid 1 vastgestelde cumulatieve voorwaarden of een in de sectorale wetgeving vastgestelde aanvullende voorwaarde niet meer in acht wordt genomen, trekken de lidstaten hun besluit tot verlaging van het minimumniveau van controles ter plaatse onmiddellijk in en passen zij met ingang van het volgende aanvraagjaar het minimumniveau van controles ter plaatse toe dat bij de sectorale landbouwwetgeving is vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen