Art. 17 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Boekhouding met betrekking tot openbare interventie
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014
1. De in artikel 16 bedoelde elementen worden geboekt op basis van de door de betaalorganen daadwerkelijk geconstateerde hoeveelheden, waarden, bedragen en gemiddelden of op basis van de waarden en bedragen zoals berekend aan de hand van de door de Commissie vastgestelde forfaitaire bedragen.
2. Bij de in lid 1 bedoelde constateringen en berekeningen worden de volgende regels toegepast:
a) wat de hoeveelheden betreft waarvoor ontbrekende hoeveelheden of achteruitgang van de kwaliteit zijn geconstateerd die vallen onder de bijlagen VI en VII van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 906/2014, worden de uitslagkosten slechts geboekt voor de daadwerkelijk verkochte en uitgeslagen hoeveelheden;
b) de hoeveelheden waarvoor bij een overdracht tussen lidstaten wordt geconstateerd dat zij ontbreken, worden niet als ingeslagen in de lidstaat van bestemming beschouwd en komen niet in aanmerking voor de forfaitaire inslagkosten;
c) in het geval van vervoer of een overdracht worden de daarvoor vastgestelde forfaitaire inslagkosten en uitslagkosten slechts geboekt indien die kosten volgens de Unieregelgeving niet als een integrerend deel van de vervoerskosten worden beschouwd;
d) behoudens bijzondere bepalingen in de Unieregelgeving, worden de bedragen die afkomstig zijn van de verkoop van producten die in kwaliteit zijn achteruitgegaan, en eventuele andere in dat verband ontvangen bedragen niet in de ELGF-administratie geboekt;
e) geconstateerde overtollige hoeveelheden worden in de tabel betreffende de stand en de mutaties van de voorraden negatief geboekt bij de ontbrekende hoeveelheden. Met deze overtollige hoeveelheden wordt rekening gehouden bij de bepaling van de hoeveelheden die de tolerantiegrens overschrijden;
f) andere dan door de kopers genomen monsters worden geboekt overeenkomstig bijlage VII, punt 2, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 906/2014.
3. De correcties die door de Commissie voor het lopende boekjaar worden aangebracht in de in artikel 16 genoemde elementen, worden meegedeeld aan het Comité voor de Landbouwfondsen. Zij kunnen ter kennis van de lidstaten worden gebracht bij een besluit over de maandelijkse betalingen of, als daar geen gelegenheid toe is, bij het besluit over de boekhoudkundige goedkeuring. Zij worden door de betaalorganen geboekt onder de bij dat besluit vastgestelde voorwaarden.