Art. 12 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Specifieke regels betreffende de declaratie van uitgaven in verband met openbare opslag

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. De verrichtingen die in aanmerking moeten worden genomen om een declaratie van uitgaven in verband met openbare opslag op te stellen, zijn de aan het einde van een maand in de rekeningen van het betaalorgaan vastgestelde verrichtingen die hebben plaatsgevonden vanaf het begin van het boekjaar als bepaald in artikel 3, lid 3, eerste alinea, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 tot het einde van die maand.

2. Een dergelijke uitgavendeclaratie bevat de overeenkomstig de artikelen 17 en 18 van de onderhavige verordening en artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 906/2014 van de Commissie (11) bepaalde waarden en bedragen die de betaalorganen in rekening hebben gebracht in de maand na die waaraan de verrichtingen zijn toegerekend.

Daarbij geldt echter het volgende:

a) voor de verrichtingen van de maand september worden de waarden en bedragen uiterlijk op 15 oktober door de betaalorganen in rekening gebracht;

b) de totaalbedragen van de in artikel 3, lid 1, onder e), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 906/2014 bedoelde afschrijving worden in rekening gebracht op de datum zoals bepaald bij het besluit tot vaststelling van die bedragen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen