Art. 22 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Uitgavendeclaraties

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. De betaalorganen declareren de uitgaven voor elk in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoeld plattelandsontwikkelingsprogramma.

Voor elke plattelandsontwikkelingsmaatregel specificeren de betaalorganen in een uitgavendeclaratie:

a) het bedrag aan subsidiabele overheidsuitgaven waarvoor het betaalorgaan de overeenkomstige Elfpo-bijdrage daadwerkelijk in elk van de in lid 2 van het onderhavige artikel bedoelde referentieperiodes heeft betaald;

b) de aanvullende informatie over de in deel 2, titel IV, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad (15) bedoelde financieringsinstrumenten;

c) de aanvullende informatie over de in artikel 75, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde voorschotten die aan de begunstigden zijn betaald;

d) het bedrag dat naar aanleiding van een terugvordering is geïnd in de lopende periode als bedoeld in lid 2 van het onderhavige artikel.

2. Als de Commissie een plattelandsontwikkelingsprogramma eenmaal heeft goedgekeurd, zenden de lidstaten hun in artikel 102, lid 1, eerste alinea, onder c), i), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde uitgavendeclaraties overeenkomstig artikel 24, lid 4, van de onderhavige verordening toe aan de Commissie op de uiterste data zoals hierna aangegeven:

a) uiterlijk op 30 april voor de uitgaven in de periode van 1 januari tot en met 31 maart;

b) uiterlijk op 31 juli voor de uitgaven in de periode van 1 april tot en met 30 juni;

c) uiterlijk op 10 november voor de uitgaven in de periode van 1 juli tot en met 15 oktober;

d) uiterlijk op 31 januari voor de uitgaven in de periode van 16 oktober tot en met 31 december.

Alle uitgaven die de betaalorganen overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 aan de begunstigden hebben betaald voordat het betrokken in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde plattelandsontwikkelingsprogramma is goedgekeurd, worden echter onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten gedaan en worden aan de Commissie gedeclareerd in de eerste uitgavendeclaratie volgend op de vaststelling van dat programma. Dezelfde regel is van overeenkomstige toepassing op een in artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde wijziging van een plattelandsontwikkelingsprogramma.

3. De betaalorganen dienen de uitgavendeclaraties voor de plattelandsontwikkelingsprogramma’s in de vorm van gestructureerde gegevens in aan de hand van het informatiesysteem SFC2014 als bedoeld in hoofdstuk I van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 184/2014.

4. Wanneer de Commissie verdere controles eist op grond van onvolledige of onduidelijke informatie, verschillen van mening, interpretatieverschillen of onsamenhangendheden met betrekking tot een uitgavendeclaratie voor een referentieperiode die met name het gevolg zijn van het niet meedelen van de krachtens Verordening (EU) nr. 1305/2013 en op grond daarvan vastgestelde handelingen van de Commissie te verstrekken informatie, of op grond van ernstige aanwijzingen dat er ten aanzien van uitgaven in de uitgavendeclaratie sprake kan zijn van een onregelmatigheid of dat het functioneren van het beheers- en controlesysteem voor plattelandsontwikkeling tekortkomingen kan vertonen, verstrekt de betrokken lidstaat op verzoek van de Commissie aanvullende informatie binnen een termijn die in dat verzoek wordt vastgesteld naargelang van de ernst van het probleem.

De in artikel 36, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bepaalde termijn voor tussentijdse betalingen kan voor het hele bedrag waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, of een deel daarvan worden onderbroken vanaf de datum van toezending van het verzoek om informatie tot de ontvangst van de gevraagde informatie, maar mag niet langer worden uitgesteld dan de in artikel 83, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 vastgestelde maximumperiode.

Indien de betrokken lidstaat het verzoek om aanvullende informatie niet binnen de in dat verzoek vastgestelde termijn beantwoordt of indien het antwoord ontoereikend wordt geacht of erop wijst dat de regelgeving niet is nageleefd of dat middelen van de Unie onjuist zijn gebruikt, kan de Commissie de betalingen overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 schorsen of verlagen.

5. De uit hoofde van een periode gedeclareerde uitgaven kunnen correcties van de uit hoofde van de voorgaande declaratieperioden van hetzelfde begrotingsjaar gedeclareerde gegevens omvatten.

Correcties van aan het begrotingsjaar toe te rekenen uitgaven en bestemmingsontvangsten die niet in de in lid 2, onder a), b) en c), bedoelde declaraties zijn opgenomen, kunnen slechts worden aangebracht in het kader van de jaarrekeningen die overeenkomstig artikel 102, lid 1, eerste alinea, onder c), iii), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 aan de Commissie moeten worden toegezonden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen