Art. 8 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Vertraging bij de vaststelling van de Uniebegroting

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014

1. Voor het ELGF geldt dat, indien de Uniebegroting aan het begin van het begrotingsjaar nog niet is vastgesteld, de in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde maandelijkse betalingen worden toegekend ten belope van een per uitgavenhoofdstuk vastgesteld percentage van de van de lidstaten ontvangen uitgavendeclaraties en met inachtneming van het maximum als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. De Commissie houdt in de besluiten over de latere vergoedingen rekening met het nog niet aan de lidstaten vergoede saldo.

2. Voor het Elfpo geldt, indien de Uniebegroting aan het begin van het begrotingsjaar nog niet is vastgesteld, het volgende:

a) de in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde tussentijdse betalingen worden naar rato van de beschikbare kredieten toegekend als een percentage van de uitgavendeclaraties die voor elk plattelandsontwikkelingsprogramma zijn ontvangen. De Commissie houdt in de volgende tussentijdse betalingen rekening met het nog niet aan de lidstaten vergoede saldo;

b) met betrekking tot de in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde begrotingsvastleggingen wordt de volgorde waarin de plattelandsontwikkelingsprogramma’s zijn vastgesteld in acht genomen bij de betaling van eerste jaartranches die volgen op de vaststelling van deze programma’s. De begrotingsvastleggingen voor de volgende jaartranches worden verricht in de volgorde waarin de vastleggingen voor programma’s opgebruikt geraken. De Commissie kan gedeeltelijke jaarlijkse vastleggingen voor de plattelandsontwikkelingsprogramma’s verrichten indien slechts beperkte vastleggingskredieten beschikbaar zijn. Zodra aanvullende vastleggingskredieten beschikbaar komen, wordt het saldo voor deze programma’s het eerst vastgelegd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen