Art. 12 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Criteria en methodiek voor de toepassing van correcties in het kader van de conformiteitsgoedkeuring

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014

1. Voor de vaststelling van het uit hoofde van artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 te nemen besluit inzake de aan Uniefinanciering te onttrekken bedragen wordt een onderscheid gemaakt tussen de bedragen of delen van bedragen die als ten onrechte uitgegeven zijn geïdentificeerd, en die welke zijn bepaald door toepassing van geëxtrapoleerde of forfaitaire correcties.

Ter bepaling van de bedragen die aan Uniefinanciering kunnen worden onttrokken wanneer wordt geconstateerd dat bepaalde uitgaven niet overeenkomstig het uniale recht en, wat het Elfpo betreft, niet overeenkomstig het geldende uniale en nationale recht zijn gedaan, baseert de Commissie zich op haar eigen bevindingen en houdt zij rekening met de informatie die de betrokken lidstaat in het kader van de overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 gevolgde conformiteitsgoedkeuringsprocedure ter beschikking heeft gesteld.

2. De Commissie baseert de onttrekking enkel op de identificering van de ten onrechte uitgegeven bedragen wanneer die bedragen met een evenredige inspanning kunnen worden geïdentificeerd. Wanneer de Commissie niet in staat is om de ten onrechte uitgegeven bedragen met een evenredige inspanning te identificeren, kan een lidstaat binnen de door de Commissie in de loop van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure bepaalde termijnen gegevens indienen over de verificatie van deze bedragen op basis van een onderzoek van alle afzonderlijke gevallen waarin er mogelijk sprake is van non-conformiteit. De verificatie moet alle uitgaven omvatten die strijdig zijn met het toepasselijke recht en ten laste zijn gekomen van de Uniebegroting. De ingediende gegevens moeten alle afzonderlijke bedragen omvatten die vanwege de betrokken non-conformiteit niet subsidiabel zijn.

3. Wanneer de ten onrechte uitgegeven bedragen niet overeenkomstig lid 2 kunnen worden geïdentificeerd, kan de Commissie de te onttrekken bedragen bepalen door de toepassing van geëxtrapoleerde correcties. Om de Commissie in staat te stellen de betrokken bedragen te bepalen, kan een lidstaat binnen de door de Commissie tijdens de conformiteitsgoedkeuringsprocedure bepaalde termijnen een berekening van het aan Uniefinanciering te onttrekken bedrag indienen waarin de resultaten van de controles van een representatieve steekproef uit die gevallen met statistische middelen zijn geëxtrapoleerd. De steekproef wordt getrokken uit de populatie waarvoor de geconstateerde non-conformiteit redelijkerwijs mag worden verwacht.

4. Om de in de leden 2 en 3 bedoelde door de lidstaten ingediende resultaten in aanmerking te kunnen nemen, moet de Commissie in de gelegenheid zijn om:

a) de voor de identificering of de extrapolatie gebruikte methoden te beoordelen, die door de lidstaten duidelijk moeten worden beschreven;

b) de representativiteit van de in lid 3 bedoelde steekproef te controleren;

c) de inhoud en de resultaten van de identificering of de extrapolatie te controleren;

d) voldoende en relevante auditinformatie over de achterliggende gegevens te verkrijgen.

5. Bij de toepassing van lid 3 kunnen de lidstaten gebruikmaken van de controlestatistieken van de betaalorganen als deze statistieken door de certificerende instantie zijn bevestigd, of van de beoordeling door een dergelijke instantie van het foutenniveau in het kader van haar audit als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, en wel onder de volgende voorwaarden:

a) de Commissie is ten aanzien van zowel de auditstrategie als de inhoud, omvang en kwaliteit van de feitelijke auditwerkzaamheden tevreden over het door de certificerende instanties geleverde werk;

b) de reikwijdte van de werkzaamheden van de certificerende instanties strookt met de reikwijdte van het desbetreffende onderzoek in het kader van de conformiteitsgoedkeuring, met name met betrekking tot de maatregelen of regelingen;

c) bij de beoordelingen is rekening gehouden met het bedrag van de sancties die hadden moeten worden toegepast.

6. Wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden voor de bepaling van de aan Uniefinanciering te onttrekken bedragen als bedoeld in de leden 2 en 3, of de zaak van zodanige aard is dat de te onttrekken bedragen niet op basis van die leden kunnen worden bepaald, past de Commissie een passende forfaitaire correctie toe op basis van de aard en ernst van de inbreuk en haar eigen raming van het risico van financiële schade voor de Unie.

Bij de vaststelling van de hoogte van de forfaitaire correctie wordt in het bijzonder rekening gehouden met de soort non-conformiteit die is geconstateerd. Daartoe worden de tekortkomingen in de controles onderverdeeld in tekortschietende essentiële en tekortschietende aanvullende controles:

a) essentiële controles zijn de administratieve controles en controles ter plaatse die nodig zijn om de subsidiabiliteit van de steun en de relevante toepassing van verlagingen en sancties te bepalen;

b) aanvullende controles zijn alle overige administratieve werkzaamheden die nodig zijn om aanvragen op correcte wijze te verwerken.

Indien in het kader van een en dezelfde conformiteitsgoedkeuringsprocedure uiteenlopende non-conformiteiten worden vastgesteld, die elk afzonderlijk tot een andere forfaitaire correctie zouden leiden, geldt alleen de hoogste forfaitaire correctie.

7. De Commissie houdt bij de vaststelling van de hoogte van forfaitaire correcties specifiek rekening met de volgende verzwarende omstandigheden waarbij het risico voor de begroting van de Unie groter is:

a) één of meer essentiële controles worden niet toegepast of zo gebrekkig of zo occasioneel toegepast dat zij voor de vaststelling van de subsidiabiliteit van de aanvraag of voor de voorkoming van onregelmatigheden ineffectief worden geacht, of

b) in hetzelfde controlesysteem worden drie of meer tekortkomingen ontdekt, of

c) de lidstaat blijkt een controlesysteem niet of op zeer gebrekkig wijze toe te passen en er zijn bewijzen voor wijdverbreide onregelmatigheden en nalatigheden bij de bestrijding van onregelmatige en frauduleuze praktijken, of

d) ten aanzien van die lidstaat is al een correctie in verband met soortgelijke tekortkomingen in dezelfde sector toegepast, met inachtneming van het onderzoek van de Commissie naar corrigerende of compenserende maatregelen die de lidstaat al heeft getroffen.

8. Wanneer een lidstaat bepaalde objectieve elementen indient die niet aan de eisen van de leden 2 en 3 voldoen, maar aantonen dat het maximumverlies voor de fondsen beperkt is gebleven tot een totaalbedrag dat lager is dan hetgeen zou voortvloeien uit de toepassing van het voorgestelde forfaitaire percentage, dan bepaalt de Commissie aan de hand van het lagere forfaitaire percentage welke bedragen uit hoofde van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 aan Uniefinanciering moeten worden onttrokken.

9. Bedragen die van de begunstigden zijn teruggevorderd en geïnd en aan een fonds zijn gecrediteerd vóór een ter zake relevante datum die de Commissie in de loop van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure heeft vastgesteld, worden in mindering gebracht op het bedrag dat de Commissie bij besluit uit hoofde van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 aan Uniefinanciering onttrekt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen