Art. 4 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Inventarisatie

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014

1. In de loop van elk boekjaar maken de betaalorganen voor elk product waarvoor Unie-interventie heeft plaatsgevonden, een inventaris op.

Zij vergelijken de resultaten van deze inventarisatie met de boekhoudgegevens. De geconstateerde kwantitatieve verschillen en de bedragen die voortvloeien uit de bij controles ontdekte kwalitatieve verschillen, worden geboekt overeenkomstig de voorschriften die uit hoofde van artikel 46, lid 6, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zijn vastgesteld.

2. Voor de toepassing van lid 1 komen de ontbrekende hoeveelheden die het gevolg zijn van de normale opslagverrichtingen, overeen met het verschil tussen de theoretische voorraad volgens een boekhoudkundige inventarisatie enerzijds, en de werkelijke voorraad zoals vastgesteld bij de in lid 1 bedoelde inventarisatie anderzijds, of met de boekhoudkundige voorraad die resteert wanneer de werkelijke voorraad van een pakhuis op is, zulks met inachtneming van de in bijlage IV bepaalde tolerantiegrenzen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen