Art. 3 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Verplichtingen van het betaalorgaan op het gebied van openbare interventie
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014
1. De in artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde betaalorganen dragen zorg voor het beheer en de controle van de verrichtingen in verband met de interventiemaatregelen inzake openbare opslag waarvoor zij verantwoordelijk zijn, zulks onder de voorwaarden als vastgesteld in bijlage II bij de onderhavige verordening en, in voorkomend geval, in de sectorale landbouwwetgeving, en met name op basis van de in die bijlage vastgestelde minimale controlepercentages.
De betaalorganen kunnen hun bevoegdheden ter zake delegeren aan interventiebureaus die voldoen aan de erkenningsvoorwaarden als vastgesteld in bijlage I, punt 1.C), bij deze verordening, of kunnen optreden door tussenkomst van andere betaalorganen.
2. De betaalorganen of interventiebureaus kunnen onverminderd hun algehele verantwoordelijkheid voor de openbare opslag:
a) het beheer van bepaalde maatregelen inzake openbare opslag toevertrouwen aan natuurlijke of rechtspersonen die de aangekochte landbouwproducten opslaan („opslaghouders”);
b) natuurlijke of rechtspersonen belasten met de opdracht bepaalde specifieke bij de sectorale landbouwwetgeving voorgeschreven taken te verrichten.
Indien de betaalorganen het beheer aan de in de eerste alinea, onder a), bedoelde opslaghouders toevertrouwen, wordt dit beheer verricht in het kader van opslagcontracten op basis van de in bijlage III beschreven verplichtingen en algemene beginselen.
3. De betaalorganen hebben op het gebied van openbare opslag met name de volgende verplichtingen:
a) zij houden voor elk product waarvoor een interventiemaatregel inzake openbare opslag wordt toegepast, een voorraadboekhouding en financiële rekeningen bij op basis van de verrichtingen die zij uitvoeren van 1 oktober van een jaar tot en met 30 september van het volgende jaar, welke periode „boekjaar” wordt genoemd;
b) zij houden een lijst bij van de opslaghouders met wie zij een contract in het kader van openbare opslag hebben gesloten. Deze lijst bevat de voor een nauwkeurige identificatie van alle opslagvoorzieningen vereiste gegevens, cijfers over de capaciteit daarvan en de nummers van loodsen, koel- en vriesruimten of silo’s, en gaat vergezeld van plattegronden en schema’s van de opslagvoorzieningen;
c) zij houden de voor de openbare opslag gebruikte standaardcontracten, de regels die zijn vastgesteld voor de overname van de producten, voor de opslag van de producten in de opslagplaatsen van de opslaghouders en voor de uitslag van de producten uit die opslagplaatsen, en de regels die gelden met betrekking tot de aansprakelijkheid van de opslaghouders, ter beschikking van de Commissie;
d) zij voeren op gecentraliseerde wijze een elektronische voorraadboekhouding die betrekking heeft op alle plaatsen van opslag, op alle producten en op alle hoeveelheden en kwaliteiten van de verschillende producten, en waarin voor elk van die producten het gewicht (in voorkomend geval het netto- en het brutogewicht) of het volume is vermeld;
e) zij voeren alle verrichtingen in verband met de opslag, de bewaring, het vervoer of de overdracht van interventieproducten uit overeenkomstig de uniale en de nationale wetgeving, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van de kopers, van de andere in het kader van een verrichting optredende betaalorganen of van de in dit verband met een opdracht belaste personen;
f) zij verrichten het gehele jaar door en met onregelmatige tussenpozen onaangekondigde controles op de plaatsen van opslag van de interventieproducten. Een aankondiging waarbij de aankondigingstermijn strikt beperkt blijft tot de noodzakelijke minimumduur, mag evenwel worden gedaan mits dit het doel van de controle niet schaadt. Behalve in behoorlijk gemotiveerde gevallen mag de aankondiging nooit meer dan 24 uur van tevoren plaatsvinden;
g) zij verrichten een jaarlijkse inventarisatie overeenkomstig artikel 4.
Wanneer in een lidstaat de rekeningen inzake openbare opslag voor één of meer producten door verscheidene betaalorganen worden beheerd, worden de voorraadboekhoudingen en de financiële rekeningen als bedoeld onder a) en d) op het niveau van de lidstaat geconsolideerd voordat de desbetreffende informatie aan de Commissie wordt verstrekt.
4. De betaalorganen zetten alle nodige stappen om:
a) ervoor te zorgen dat de producten die onder de uniale interventiemaatregelen vallen, naar behoren worden bewaard, door de kwaliteit van de opgeslagen producten ten minste eenmaal per jaar te controleren;
b) de integriteit van de interventievoorraden te waarborgen.
5. De betaalorganen stellen de Commissie onverwijld in kennis van:
a) de gevallen waarin verlenging van de periode van opslag van een product ertoe kan leiden dat het product in kwaliteit achteruitgaat;
b) een vermindering van de kwantiteit of achteruitgang van de kwaliteit van een product als gevolg van een natuurramp.
In situaties als bedoeld in de eerste alinea, onder a) en b), stelt de Commissie een passend besluit vast:
a) voor situaties als bedoeld in de eerste alinea, onder a), volgens de in artikel 229, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (14) bedoelde procedure.
b) voor situaties als bedoeld in de eerste alinea, onder b), volgens de in artikel 116, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde procedure.
6. De betaalorganen dragen de financiële gevolgen van een slechte bewaring van producten die onder de uniale interventiemaatregelen vallen, met name wanneer deze het gevolg is van onaangepaste opslagmethoden. Onverminderd de rechtsmiddelen tegen opslaghouders zijn de betaalorganen financieel aansprakelijk wanneer zij hun verbintenissen of verplichtingen niet nakomen.
7. De betaalorganen zorgen ervoor dat de rekeningen inzake openbare opslag en alle in het kader van de interventieverrichtingen opgestelde of ontvangen stukken, contracten en bestanden langs elektronische weg of in hun hoofdkantoor permanent toegankelijk zijn voor functionarissen van de Commissie en in opdracht van de Commissie handelende personen.