Art. 1 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Voorwaarden voor de accreditering van betaalorganen
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014
1. De in artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde betaalorganen die het beheer en de controle van de uitgaven verrichten, bieden voor de betalingen die zij verrichten en voor de verstrekking en de bewaring van de nodige gegevens voldoende waarborgen dat:
a) de ontvankelijkheid van de aanvragen en, voor plattelandsontwikkeling, de procedure voor de toekenning van de steun, alsmede de overeenstemming ervan met de Unievoorschriften vóór de autorisatie van de betalingsopdracht worden gecontroleerd;
b) de verrichte betalingen juist en volledig in de boekhouding worden geregistreerd;
c) de door de Uniewetgeving voorgeschreven controles worden verricht;
d) de vereiste stukken worden ingediend binnen de termijn en in de vorm zoals in de Unievoorschriften beschreven;
e) de stukken toegankelijk zijn en zo worden bewaard dat de volledigheid, geldigheid en leesbaarheid ervan in de loop van de tijd is gewaarborgd, hetgeen ook geldt voor elektronische documenten in de zin van de Unievoorschriften.
2. Als betaalorgaan accrediteren de lidstaten de organen of instanties die aan de in lid 1 gestelde voorwaarden voldoen. Voorts moet een betaalorgaan, om te worden geaccrediteerd, beschikken over een administratieve organisatie en een systeem voor interne controle die voldoen aan de in bijlage I vastgestelde criteria („accrediteringscriteria”) met betrekking tot:
a) de interne opzet,
b) de controleactiviteiten,
c) de informatie en communicatie,
d) de monitoring.
De lidstaten kunnen verdere accrediteringscriteria vaststellen om rekening te houden met de omvang, de verantwoordelijkheden en andere specifieke kenmerken van het betaalorgaan.