Art. 23, Verbeuren van de zekerheid
1. De in artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde verplichting is de eis om een handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden, die van fundamentele betekenis is voor de doelstellingen van de verordening waarbij deze eis wordt opgelegd.
2. Indien een verplichting niet wordt nagekomen en geen termijn voor nakoming is bepaald, wordt de zekerheid verbeurd wanneer de bevoegde autoriteit vaststelt dat er sprake is van niet-nakoming.
3. Indien de nakoming van een verplichting aan een bepaalde termijn is gebonden en de verplichting pas na die termijn is nagekomen, wordt de zekerheid verbeurd.
In een dergelijk geval wordt de zekerheid onmiddellijk voor 10 % verbeurd, vermeerderd met een over het resterende saldo berekend extra percentage van:
a) 2 % per kalenderdag waarmee de termijn wordt overschreden, indien de verplichting betrekking heeft op de invoer van producten in een derde land;
b) 5 % per kalenderdag waarmee de termijn wordt overschreden, indien de verplichting betrekking heeft op producten die het douanegebied van de Unie verlaten.
4. Indien een verplichting tijdig wordt nagekomen en het bewijs van nakoming binnen een vaste termijn moet worden overgelegd, wordt de zekerheid die voor die verplichting is gesteld, voor elke kalenderdag waarmee die termijn wordt overschreden, verbeurd volgens de formule [0,2]/termijn in dagen en met inachtneming van artikel 25.
Indien het in de eerste alinea bedoelde bewijs bestaat in de indiening van een gebruikt of verstreken invoer- of uitvoercertificaat of van het bewijs dat de producten het douanegebied van de Unie hebben verlaten, wordt de zekerheid voor 15 % verbeurd indien dat bewijs na de in de in de eerste alinea bedoelde vaste termijn maar uiterlijk op de 730e kalenderdag na de vervaldatum van het certificaat wordt ingediend. Indien dat certificaat na de 730e kalenderdag wordt ingediend, wordt het resterende bedrag van de zekerheid volledig verbeurd.
Indien het in de eerste alinea bedoelde bewijs bestaat in de indiening van een gebruikt of verstreken uitvoercertificaat met voorafgaande vaststelling van de restitutie, wordt de zekerheid verbeurd voor:
a) 10 % indien het certificaat wordt ingediend tussen de 61e en de 90e kalenderdag na de datum waarop het certificaat is verstreken;
b) 50 % indien het certificaat wordt ingediend tussen de 91e en de 120e kalenderdag na de datum waarop het certificaat is verstreken;
c) 70 % indien het certificaat wordt ingediend tussen de 121e en de 150e kalenderdag na de datum waarop het certificaat is verstreken;
d) 80 % indien het certificaat wordt ingediend tussen de 151e en de 180e kalenderdag na de datum waarop het certificaat is verstreken;
e) 100 % indien het certificaat wordt ingediend na de 180e kalenderdag na de datum waarop het certificaat is verstreken.
5. Het bedrag van de te verbeuren zekerheid wordt naar beneden afgerond tot het eerste bedrag zonder decimalen in euro of in de betrokken nationale valuta.