Art. 19 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Voorwaarden voor zekerheden

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014

1. De bevoegde autoriteit weigert of eist vervanging van elke zekerheid die zij inadequaat of ontoereikend acht of die slechts dekking biedt voor een te korte periode.

2. Overgemaakte deposito’s in contanten worden pas als zekerheid in aanmerking genomen wanneer de bevoegde autoriteit er zeker van is dat zij over het bedrag ervan kan beschikken.

3. Een cheque die is gegarandeerd door een door de lidstaat van de bevoegde autoriteit daartoe erkende financiële instelling, wordt beschouwd als een deposito in contanten. De bevoegde autoriteit moet een gegarandeerde cheque pas innen wanneer de periode waarvoor de zekerheid geldt, ten einde loopt.

Andere dan de in de eerste alinea bedoelde cheques worden pas als zekerheid in aanmerking genomen wanneer de bevoegde autoriteit er zeker van is dat zij over het bedrag ervan kan beschikken.

4. Alle door de financiële instelling gemaakte kosten komen voor rekening van de partij die de zekerheid stelt.

5. Aan de partij die een zekerheid stelt in de vorm van een deposito, wordt geen interest betaald.

Vorige artikelen

Volgende artikelen