Art. 42 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Controles ter plaatse

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014

1. De controles ter plaatse omvatten een verificatie of aan alle subsidiabiliteitscriteria, verbintenissen en andere verplichtingen is voldaan en betreffen alle dieren waarvoor steunaanvragen of betalingsaanvragen zijn ingediend in het kader van de te controleren steunregelingen voor dieren of diergebonden bijstandsmaaatregelen.

Wanneer een lidstaat overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder d), een periode heeft vastgesteld, wordt voor de respectieve steunregeling voor dieren of diergebonden bijstandsmaatregelen ten minste 50 % van het in artikel 32 of 33 vastgestelde minimumpercentage controles ter plaatse gespreid over die periode.

Wanneer de lidstaat gebruikmaakt van de bij artikel 21, lid 3, geboden mogelijkheid worden ook de potentieel subsidiabele dieren als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, tweede alinea, punt 17), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 gecontroleerd.

De controles ter plaatse omvatten met name een controle om na te gaan of het aantal op het bedrijf aanwezige dieren waarvoor steunaanvragen en/of betalingsaanvragen zijn ingediend en, indien van toepassing, het aantal potentieel subsidiabele dieren overeenstemmen met het aantal in de registers ingeschreven dieren en met het aantal dieren dat aan het geautomatiseerde gegevensbestand voor dieren is gemeld.

2. De controles ter plaatse omvatten ook controles:

a) op de juistheid en coherentie van de inschrijvingen in het register en van de meldingen aan het geautomatiseerde gegevensbestand voor dieren op basis van een steekproef van bewijsstukken zoals aankoop- en verkoopfacturen, slachtverklaringen, veterinaire certificaten en, in voorkomend geval, dierpaspoorten of verplaatsingsdocumenten, ten aanzien van de dieren waarvoor steunaanvragen of betalingsaanvragen zijn ingediend in de zes maanden vóór de controle ter plaatse; worden echter anomalieën ontdekt, dan wordt de controle uitgebreid tot de periode van twaalf maanden vóór de controle ter plaatse;

b) om na te gaan of alle op het bedrijf aanwezige runderen of schapen/geiten met oormerken zijn geïdentificeerd en, in voorkomend geval vergezeld gaan van dierpaspoorten of verplaatsingsdocumenten en of zij zijn ingeschreven in het register en naar behoren zijn gemeld aan het geautomatiseerde gegevensbestand voor dieren.

De in de eerste alinea, onder b), bedoelde controles mogen op basis van een aselecte steekproef worden verricht. Wanneer deze steekproefcontrole een niet-naleving aan het licht brengt, worden alle dieren gecontroleerd of worden de conclusies van de steekproef geëxtrapoleerd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen