Art. 12 Verordening (EU) nr. 806/2014, Minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva
1. De afwikkelingsraad stelt, na raadpleging van de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de ECB, het in lid 4 bedoelde minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva vast, behoudens de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden, waaraan de entiteiten en groepen als bedoeld in artikel 7, lid 2, en de entiteiten en groepen als bedoeld in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, indien de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen zijn vervuld, te allen tijde moeten voldoen.
2. Bij het opstellen van afwikkelingsplannen overeenkomstig artikel 9 stellen de nationale afwikkelingsautoriteiten, na raadpleging van de bevoegde autoriteiten, het in lid 4 bedoelde minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva vast, behoudens de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden, waaraan de in artikel 7, lid 3, bedoelde entiteiten te allen tijde moeten voldoen. Hiervoor geldt de procedure als omschreven in artikel 31.
3. Om een doeltreffende en consistente toepassing van dit artikel te waarborgen, formuleert de afwikkelingsraad richtsnoeren en richt hij instructies tot de nationale afwikkelingsautoriteiten met betrekking tot specifieke entiteiten of groepen.
4. Het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva wordt berekend als het bedrag aan eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, uitgedrukt als percentage van het totale bedrag van de passiva en het eigen vermogen van de instelling.
Voor de toepassing van de eerste alinea worden afgeleide verplichtingen opgenomen in de totale passiva, ervan uitgaande dat de salderingsrechten van tegenpartijen volledig worden erkend.
5. Niettegenstaande lid 1 verleent de afwikkelingsraad aan instellingen voor hypothecair krediet die worden gefinancierd door gedekte obligaties en die uit hoofde van nationale wetgeving geen deposito's mogen ontvangen, vrijstelling van de verplichting om te allen tijde te voldoen aan een minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, omdat:
a) deze instellingen via nationale insolventieprocedures of andere, voor hen vastgestelde soorten procedures overeenkomstig artikel 38, 40 of 42 van Richtlijn 2014/59/EU worden geliquideerd; en
b) dergelijke nationale insolventieprocedures of andere soorten procedures ervoor zorgen dat de crediteuren van deze instellingen, met inbegrip van, in voorkomend geval, de houders van gedekte obligaties, verliezen zullen lijden op een wijze die strookt met de afwikkelingsdoelstellingen.
6. Het in lid 4 bedoelde minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva is niet hoger dan het bedrag aan eigen vermogen en in aanmerking komende passiva dat toereikend is om te garanderen dat, indien het instrument van bail-in zou worden toegepast, de verliezen van een instelling of een moederonderneming als bedoeld in artikel 2, alsmede van de uiteindelijke moederonderneming van die instelling of moederonderneming en elke instelling of financiële instelling die in de geconsolideerde rekeningen van die uiteindelijke moederonderneming is opgenomen, kunnen worden opgevangen en de tier 1-kernkapitaalratio van die entiteiten weer op een peil kan worden gebracht dat noodzakelijk is om hen in staat te stellen aan de vergunningsvoorwaarden te blijven voldoen en de werkzaamheden te blijven uitoefenen waarvoor hun overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU of gelijkwaardige wetgeving vergunning is verleend, alsook om voldoende marktvertrouwen te handhaven in de instelling ofmoederonderneming als bedoeld in artikel 2 en in de uiteindelijke moederonderneming van die instelling of moederonderneming, en elke instelling of financiële instelling die in de geconsolideerde rekeningen van die uiteindelijke moederonderneming is opgenomen;
Indien er in het afwikkelingsplan rekening mee wordt gehouden dat bepaalde categorieën in aanmerking komende passiva overeenkomstig artikel 27, lid 5, van bail-in kunnen worden uitgesloten, of dat bepaalde categorieën in aanmerking komende passiva bij een gedeeltelijke overdracht volledig aan een ontvanger kunnen worden overgedragen, is het in lid 4 bedoelde minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva niet hoger dan het bedrag aan eigen vermogen en in aanmerking komende passiva dat noodzakelijk is om te garanderen dat de instelling of de moederonderneming, als bedoeld in artikel 2 beschikt over voldoende andere in aanmerking komende passiva om te garanderen dat de verliezen van die instelling of moederonderneming, als bedoeld in artikel 2, alsmede van de uiteindelijke moederonderneming van die instelling of de moederonderneming, en elke instelling of financiële instelling die in de geconsolideerde rekeningen van die uiteindelijke moederonderneming is opgenomen, kunnen worden opgevangen en de tier 1-kernkapitaalratio van die entiteiten weer op een peil kan worden gebracht dat noodzakelijk is om hen in staat te stellen aan de vergunningsvoorwaarden te blijven voldoen en de werkzaamheden uit te oefenen waarvoor hun overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU of gelijkwaardige wetgeving vergunning is verleend, alsook om voldoende marktvertrouwen te handhaven in de instelling of moederonderneming en in de uiteindelijke moederonderneming van die instelling of die moederonderneming, en elke instelling of financiële instelling die in de geconsolideerde rekeningen van die uiteindelijke moederonderneming is opgenomen.
Het in lid 4 bedoelde minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva is niet lager dan het totale bedrag aan eigenvermogenvereisten en buffervereisten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2013/36/EU.
7. Om ervoor te zorgen dat een in artikel 2 bedoelde entiteit kan worden afgewikkeld door toepassing van de afwikkelingsinstrumenten, waaronder in voorkomend geval het instrument van bail-in, op een wijze die strookt met de afwikkelingsdoelstellingen, wordt de in lid 1 van dit artikel bedoelde vaststelling binnen de in lid 6 van dit artikel gestelde grenzen aan de hand van de volgende criteria uitgevoerd:
a) de omvang, het bedrijfsmodel, het financieringsmodel en het risicoprofiel van de in artikel 2 bedoelde instelling en moederonderneming;
b) de mate waarin het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 79 aan de financiering voor afwikkeling zou kunnen bijdragen;
c) de mate waarin het falen van de in artikel 2 bedoelde instelling en moederonderneming, onder meer wegens de verwevenheid ervan met andere instellingen of met de rest van het financiële stelsel, via besmetting van andere instellingen significante nadelige gevolgen voor het financiële stelsel als bedoeld in artikel 10, lid 5, zou hebben, of een bedreiging voor de financiële stabiliteit, als bedoeld in artikel 10, lid 5, zou vormen.
8. Bij de vaststelling wordt gepreciseerd aan welk minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva instellingen op individuele basis en moederondernemingen op geconsolideerde basis moeten voldoen. Het totaalbedrag aan eigen vermogen en in aanmerking komende passiva op geconsolideerde basis dat een in een deelnemende lidstaat gevestigde Unie-moederonderneming ten minste moet aanhouden, wordt na raadpleging van de consoliderende toezichthouder door de afwikkelingsraad bepaald aan de hand van de in lid 7 opgenomen criteria en de vraag of de dochterondernemingen van de groep in derde landen overeenkomstig het afwikkelingsplan afzonderlijk worden afgewikkeld.
9. De afwikkelingsraad stelt het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva vast dat op individuele basis moet worden toegepast op de dochterondernemingen van de groep. Deze minimumvereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva worden vastgesteld op een niveau dat passend is voor de dochteronderneming, gelet op:
a) de in lid 7 vermelde criteria, met name de omvang, het bedrijfsmodel en het risicoprofiel van de dochteronderneming, waaronder haar eigen vermogen; en
b) het geconsolideerde vereiste dat voor de groep is vastgesteld.
10. De afwikkelingsraad kan op individuele basis besluiten aan een moederinstelling een ontheffing te verlenen van de toepassing van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, mits aan de voorwaarden van artikel 45, lid 11, punt a) en b), van Richtlijn 2014/59/EU is voldaan. De afwikkelingsraad kan besluiten op individuele basis aan een dochteronderneming een ontheffing te verlenen van de toepassing van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, mits aan de voorwaarden van artikel 45, lid 12, punt a), b) en c), van Richtlijn 2014/59/EU is voldaan.
11. De afwikkelingsraad kan, op eigen initiatief, na raadpleging van de nationale afwikkelingsautoriteit of op voorstel van een nationale afwikkelingsautoriteit, bepalen dat op geconsolideerde of individuele basis gedeeltelijk aan het in lid 1 bedoelde minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva wordt voldaan door middel van contractuele instrumenten van bail-in, waarbij de in lid 5, eerste en tweede alinea, en lid 7 vermelde criteria onverkort worden nageleefd.
12. Wil een instrument in aanmerking komen als contractueel instrument van bail-in als bedoeld in lid 11, dan moet de afwikkelingsraad ervan overtuigd zijn dat:
a) het instrument een contractuele clausule bevat waarin is bepaald dat, indien de afwikkelingsraad besluit op de instelling het instrument van bail-in toe te passen, het instrument in de vereiste mate wordt afgeschreven of omgezet voordat andere in aanmerking komende passiva worden afgeschreven of omgezet; en
b) het instrument onderworpen is aan een bindende achterstellingsovereenkomst, -toezegging of -bepaling uit hoofde waarvan het instrument bij een normale insolventieprocedure achtergesteld is aan andere in aanmerking komende passiva en pas wordt terugbetaald nadat andere op dat ogenblik uitstaande, in aanmerking komende passiva zijn afgewikkeld.
13. De afwikkelingsraad doet elke vaststelling bedoeld in lid 1 van dit artikel en, waar van toepassing, lid 11 van dit artikel parallel met het opstellen en bijhouden van de afwikkelingsplannen overeenkomstig artikel 8.
14. De afwikkelingsraad richt zijn vaststelling tot de nationale afwikkelingsautoriteiten. De nationale afwikkelingsautoriteiten voeren de instructies van de afwikkelingsraad uit in overeenstemming met artikel 29. De afwikkelingsraad eist dat de nationale afwikkelingsautoriteiten verifiëren en waarborgen dat instellingen en moederondernemingen aan het in lid 1 van dit artikel opgenomen minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva blijven voldoen.
15. De afwikkelingsraad stelt de ECB en de EBA in kennis van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva dat hij overeenkomstig lid 1 voor elke instelling en moederonderneming heeft vastgesteld, en, waar van toepassing, van de in lid 11 opgenomen vereisten.
16. In aanmerking komende passiva, met inbegrip van achtergestelde schuldinstrumenten en achtergestelde leningen die niet als aanvullend tier l- of tier 2-instrumenten in aanmerking komen, mogen alleen in het in lid 1 bedoelde bedrag aan eigen vermogen en in aanmerking komende passiva worden opgenomen indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) het instrument is uitgegeven en volgestort;
b) de passiva zijn niet verschuldigd aan de instelling zelf, noch door deze gedekt met een zekerheid of gegarandeerd;
c) de aankoop van het instrument is niet direct noch indirect door de instelling gefinancierd;
d) de passiva hebben een resterende looptijd van ten minste een jaar;
e) de passiva vloeien niet voort uit een derivaat;
f) de passiva vloeien niet voort uit een deposito dat voorrang geniet in de nationale insolventiehiërarchie overeenkomstig artikel 108 van Richtlijn 2014/59/EU.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder d), geldt de vervaldatum van passiva die de eigenaar ervan het recht op vroegtijdige terugbetaling verlenen, als de eerste datum waarop dat recht tot stand komt.
17. Indien passiva onderworpen zijn aan het recht van een buiten de Unie gelegen rechtsgebied, kan de afwikkelingsraad de nationale afwikkelingautoriteiten instrueren om van de instelling te verlangen dat deze aantoont dat elk besluit van de afwikkelingsraad tot afschrijving of omzetting van die passiva zal worden uitgevoerd krachtens het recht van dat rechtsgebied, rekening houdend met de voorwaarden van het contract betreffende die passiva, internationale overeenkomsten inzake de erkenning van afwikkelingsprocedures en andere relevante aangelegenheden. Indien volgens de afwikkelingsraad niet voldoende is aangetoond dat elk besluit volgens het recht van dat rechtsgebied zal worden uitgevoerd, worden de passiva niet in aanmerking genomen voor het minimumvereiste inzake eigen vermogen en in aanmerking komende passiva.
18. Indien de Commissie overeenkomstig artikel 45, lid 18, van Richtlijn 2014/59/EU een wetgevingsvoorstel indient, dient zij, indien dit passend is, op dezelfde wijze een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening in.