Art. 16 Verordening (EU) nr. 806/2014, Afwikkeling van financiële instellingen en moederondernemingen
1. De afwikkelingsraad neemt een besluit over een afwikkelingsmaatregel ten aanzien van een in een deelnemende lidstaat gevestigde financiële instelling indien aan de in artikel 18, lid 1, opgenomen voorwaarden is voldaan, zowel wat de financiële instelling als wat de onder geconsolideerd toezicht staande moederonderneming betreft.
2. De afwikkelingsraad neemt een afwikkelingsmaatregel ten aanzien van een in artikel 2, punt b), bedoelde moederonderneming indien aan de in artikel 18, lid 1, opgenomen voorwaarden is voldaan, zowel wat betreft deze moederonderneming als wat betreft de dochteronderneming of dochterondernemingen die een instellingis respectievelijk zijn, of, als de dochteronderneming niet in de Unie is gevestigd, de autoriteit van het derde land heeft vastgesteld dat zij krachtens het recht van dat derde land aan de voorwaarden voor afwikkeling voldoet.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 en niettegenstaande het feit dat een moederonderneming niet aan de in artikel 18, lid 1, gestelde voorwaarden voldoet, kan de afwikkelingsraad een besluit over afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van die moederonderneming nemen indien een of meer van haar dochterondernemingen die instellingen zijn aan de in artikel 18, leden 1, 4 en 5, gestelde voorwaarden voldoen en hun activa en passiva van dien aard zijn dat het falen ervan een bedreiging vormt voor een instelling of de groep als geheel en afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van die moederonderneming noodzakelijk zijn voor de afwikkeling van die dochterondernemingen die instellingen zijn, dan wel voor de afwikkeling van de groep als geheel. De afwikkelingsraad kan ook een besluit over afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot de moederonderneming nemen indien een nationale afwikkelingsautoriteit de afwikkelingsraad mededeelt dat het insolventierecht van de lidstaat bepaalt dat een groep als geheel moet worden behandeld en dat afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van de moederonderneming noodzakelijk zijn voor de afwikkeling van die dochterondernemingen die instellingen zijn, dan wel voor de afwikkeling van de groep als geheel.
Voor de toepassing van de eerste alinea kan de afwikkelingsraad, wanneer hij beoordeelt of aan de voorwaarden van artikel 18, lid 1, is voldaan met betrekking tot één of meer dochterondernemingen die instellingen zijn, overdrachten van kapitaal of verliezen binnen de groep, met inbegrip van de uitoefening van afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden, buiten beschouwing laten.