Art. 8 Verordening (EU) nr. 806/2014, Door de afwikkelingsraad opgestelde afwikkelingsplannen

Verordening (EU) nr. 806/2014

1. De afwikkelingsraad stelt voor de entiteiten en groepen als bedoeld in artikel 7, lid 2, en voor de entiteiten en groepen als bedoeld in artikel 7, lid 4, punt b), en lid 5, afwikkelingsplannen op en stelt deze vast indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan.

2. De afwikkelingsraad stelt de afwikkelingsplannen op na raadpleging van de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteiten en de nationale afwikkelingsautoriteiten, met inbegrip van de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, van de deelnemende lidstaten waar de entiteiten zijn gevestigd en de afwikkelingsautoriteiten van niet-deelnemende lidstaten waar significante bijkantoren zijn gelegen, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor. De afwikkelingsraad kan met het oog hierop van de nationale afwikkelingsautoriteiten verlangen dat zij ontwerpafwikkelingsplannen opstellen en deze aan de afwikkelingsraad voorleggen, en kan van de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau verlangen dat deze een ontwerpgroepsafwikkelingsplan opstelt en aan de afwikkelingsraad voorlegt.

3. Om een doeltreffende en consistente toepassing van dit artike te waarborgen, formuleert de afwikkelingsraad richtsnoeren en richt hij instructies tot de nationale afwikkelingsautoriteiten ter voorbereiding van de ontwerpafwikkelingsplannen en de ontwerpgroepsafwikkelingsplannen voor specifieke entiteiten of groepen.

4. Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel leggen de nationale afwikkelingsautoriteiten de afwikkelingsraad alle voor de opstelling en uitvoering van de afwikkelingsplannen benodigde informatie voor die zij overeenkomstig artikel 11 en artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU hebben verkregen, onverminderd hoofdstuk 5 van deze titel.

5. Het afwikkelingsplan beschrijft mogelijkheden voor de toepassing van de in deze verordening bedoelde afwikkelingsinstrumenten en afwikkelingsbevoegdheden op de in lid 1 bedoelde entiteiten en groepen.

6. Het afwikkelingsplan voorziet in de afwikkelingsmaatregelen die de afwikkelingsraad kan nemen indien een in lid 1 bedoelde entiteit of groep aan de voorwaarden voor afwikkeling voldoet.

De in lid 9 bedoelde informatie wordt bekendgemaakt aan de betrokken eniteit.

Bij het opstellen en bijwerken van het afwikkelingsplan stelt de afwikkelingsraad vast of er wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid zijn en schetst hij, indien zulks noodzakelijk en evenredig is, de nodige maatregelen om die belemmeringen aan te pakken, overeenkomstig artikel 10.

In het afwikkelingsplan wordt rekening gehouden met relevante scenario's, met inbegrip van de mogelijkheid dat het falen idiosyncratisch is of in een tijd van bredere financiële instabiliteit of systeembrede gebeurtenissen plaatsvindt.

In het afwikkelingsplan wordt niet uitgegaan van het volgende:

a) elke buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van het overeenkomstig artikel 67 ingestelde Fonds;

b) noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of

c) liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet.

7. In het afwikkelingsplan wordt geanalyseerd op welke wijze en op welk tijdstip een instelling, onder de in het plan uiteengezette voorwaarden, een verzoek tot gebruik van centrale-bankfaciliteiten mag indienen, en worden de activa aangeduid welke naar verwachting als zekerheid in aanmerking zouden komen.

8. De qfwikkelingsraad kan van instellingen eisen dat zij hem helpen bij het opstellen en bijwerken van de plannen.

9. Het afwikkelingsplan bevat, indien passend en mogelijk gekwantificeerd, voor elke entiteit:

a) een samenvatting van de belangrijkste elementen van het plan;

b) een samenvatting van de wezenlijke veranderingen in de instelling welke zich sinds de indiening van de laatste afwikkelingsinformatie hebben voorgedaan;

c) een demonstratie van de wijze waarop kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen juridisch en economisch voldoende van de overige functies kunnen worden gescheiden om bij het falen van de instelling de continuïteit te waarborgen;

d) een schatting van het tijdsbestek voor de uitvoering van elk materieel aspect van het plan;

e) een gedetailleerde beschrijving van de overeenkomstig artikel 10 uitgevoerde beoordeling van de afwikkelbaarheid;

f) een beschrijving van de eventueel op grond van artikel 10, lid 7, vereiste maatregelen voor het aanpakken of wegnemen van belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die als gevolg van de overeenkomstig artikel 10 uitgevoerde beoordeling zijn vastgesteld;

g) een beschrijving van de procedures voor het bepalen van de waarde en verkoopbaarheid van de kritieke functies, kernbedrijfsonderdelen en activa van de instelling;

h) een gedetailleerde beschrijving van de regelingen die ervoor moeten zorgen dat de op grond van artikel 11 van Richtlijn 2014/59/EU vereiste informatie actueel is en te allen tijde voor de afwikkelingsautoriteiten beschikbaar is;

i) een toelichting van de wijze waarop de afwikkelingsmogelijkheden kunnen worden gefinancierd zonder dat van het volgende wordt uitgegaan;

i) elke buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van het overeenkomstig artikel 67 ingestelde Fonds;

ii) noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of

iii) liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet;

j) een gedetailleerde beschrijving van de verschillende afwikkelingsstrategieën die binnen de verschillende mogelijke scenario's kunnen worden toegepast en de toepasselijke tijdschema's;

k) een beschrijving van kritieke onderlinge afhankelijkheden;

l) een beschrijving van de mogelijkheden voor het vrijwaren van de toegang tot betalingen en clearingdiensten en andere infrastructuren en een beoordeling van de overboekbaarheid van de posities van cliënten;

m) een analyse van de gevolgen van het plan voor de werknemers van de instelling, met een beoordeling van eventueel daarmee gepaard gaande kosten, en een beschrijving van de beoogde procedures om de werknemers te raadplegen tijdens het afwikkelingsproces, waarbij, in voorkomend geval, rekening wordt gehouden met nationale stelsels voor een dialoog met de sociale partners;

n) een plan om met de media en het publiek te communiceren;

o) het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva krachtens artikel 12 en, indien van toepassing, een termijn voor het bereiken van dat niveau;

p) indien van toepassing, het minimumvereiste voor eigen vermogen en contractuele instrumenten van bail-in krachtens artikel 12 en, indien van toepassing, een termijn voor het bereiken van dat niveau;

q) een beschrijving van essentiële verrichtingen en systemen om de continue werking van de bedrijfsprocessen van de instelling te waarborgen;

r) indien van toepassing, een eventueel standpunt door de instelling betreffende het afwikkelingsplan.

10. Groepsafwikkelingsplannen bevatten een plan voor de afwikkeling van de door de EU-moederonderneming die in een deelnemende lidstaat gevestigd is geleide groep als geheel, hetzij door het afwikkelen van de EU-moederonderneming, hetzij door het opbreken en afwikkelen van de dochterondernemingen. Het groepsafwikkelingsplan bevat maatregelen voor de afwikkeling van:

a) de EU-moederonderneming;

b) de dochterondernemingen die deel uitmaken van de groep en die in de Unie zijn gevestigd;

c) de in artikel 2, punt b), bedoelde entiteiten; en

d) behoudens artikel 33, de dochterondernemingen die deel uitmaken van de groep en die buiten de Unie zijn gevestigd.

11. Het groepsafwikkelingsplan:

a) beschrijft de binnen het kader van de in lid 6 bedoelde scenario's te nemen afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van groepsentiteiten en bevat zowel de afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot de in artikel 2, punt b), bedoelde entiteiten en de dochterinstellingen, als de gecoördineerde afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot de dochterinstellingen;

b) onderzoekt in welke mate de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden op gecoördineerde wijze kunnen worden toegepast respectievelijk kunnen worden uitgeoefend op in de Unie gevestigde groepsentiteiten, en bevat maatregelen die de aankoopdoor een derde van de groep als geheel of van afzonderlijke bedrijfsonderdelen of -activiteiten van een aantal of van bepaalde groepsentiteitenfaciliteren, en signaleert potentiële belemmeringen voor een gecoördineerde afwikkeling;

c) bevat een gedetailleerde beschrijving van de overeenkomstig artikel 10 uitgevoerde beoordeling van de afwikkelbaarheid;

d) stelt, indien een groep in derde landen gevestigde entiteiten omvat, passende regelingen vast voor de samenwerking en coördinatie met de betrokken autoriteiten van die derde landen en de gevolgen voor afwikkeling binnen de Unie;

e) geeft aan welke maatregelen, waaronder de juridische en economische afsplitsing van bepaalde functies of bedrijfsonderdelen, nodig zijn om de afwikkeling van de groep te vergemakkelijken indien aan de voorwaarden voor groepsafwikkeling is voldaan;

f) geeft aan hoe de groepsafwikkelingsmaatregelen kunnen worden gefinancierd en zet, indien het Fonds en de de overeenkomstig artikel 100 van Richtlijn 2014/59/EU opgezette financieringsregelingen vereist zijn, de beginselen uiteen voor de verdeling van de verantwoordelijkheid voor deze financiering over de financieringsbronnen in de verschillende deelnemende en niet-deelnemende lidstaten. In het afwikkelingsplan wordt niet uitgegaan van het volgende:

i) elke buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van het overeenkomstig artikel 67 van deze verordening opgericht Fonds en de overeenkomstig artikel 100 van Richtlijn 2014/59/EU opgezette financieringsregelingen van niet-deelnemende lidstaten;

ii) elke noodliquiditeitssteun van een centrale bank, of

iii) elke liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet.

Deze beginselen worden vastgesteld op basis van billijke en evenwichtige criteria en houden met name rekening met artikel 107, lid 5, van Richtlijn 2014/59/EU en met het effect op de financiële stabiliteit in alle betrokken lidstaten.

Het groepsafwikkelingsplan mag geen onevenredige gevolgen hebben voor een lidstaat.

12. De afwikkelingsraad bepaalt de datum waarop de eerste afwikkelingsplannen moeten zijn opgesteld. De afwikkelings- en groepsafwikkelingsplannen worden ten minste één keer per jaar geëvalueerd en zo nodig bijgewerkt, alsook na elke materiële verandering in de juridische of organisatiestructuur, de bedrijfsactiviteiten of de financiële positie van de entiteit of, in het geval vangroepsafwikkelingsplannen,van de groep, inclusief enige groepsentiteit welke een wezenlijk effect op de doeltreffendheid van het plan kan hebben of anderszins een herziening van het afwikkelingsplan vereist.

Ten behoeve van de in de eerste alinea bedoelde herziening of bijwerking van de afwikkelingsplannen brengen de instellingen, de ECB of de bevoegde nationale autoriteiten de afwikkelingsraad onverwijld op de hoogte van alle veranderingen die een dergelijke herziening of bijwerking van het afwikkelingsplan nodig maken.

13. De afwikkelingsraad doet de afwikkelingsplannen en eventuele wijzigingen daarin toekomen aan de ECB of aan de relevante nationale bevoegde autoriteiten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen