Art. 108 Richtlijn 2014/59/EU, Rang van de deposito’s in de insolventierangorde
De lidstaten dragen er zorg voor dat in hun nationale, op gewone insolventieprocedures toepasselijk recht:
a) de volgende onderdelen een gelijke rangorde hebben die voorrang heeft op vorderingen van gewone concurrente, niet-preferente schuldeisers:
i) het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s afkomstig van natuurlijke personen en van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen dat het in artikel 6 van Richtlijn 2014/49/EU bepaalde dekkingsniveau overschrijdt;
ii) deposito's afkomstig van natuurlijke personen en van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito's zouden zijn indien zij niet waren verricht in zich buiten de Unie bevindende bijkantoren van in de Unie gevestigde instellingen.
b) de volgende onderdelen een gelijke rangorde hebben die voorrang heeft op de onder a) bepaalde rangorde:
i) gedekte deposito’s;
ii) depositogarantiestelsels die middels subrogatie in de rechten en verplichtingen van de gedekte deposanten getreden zijn, bij insolventie.