Art. 13 Verordening (EU) nr. 652/2014, Evaluatie en goedkeuring van de nationale programma’s
1. De Commissie evalueert de nationale programma’s en houdt daarbij rekening met de prioriteiten en criteria die worden vastgesteld in de in artikel 36, lid 1, bedoelde jaarlijkse of meerjarige werkprogramma’s.
2. De Commissie maakt uiterlijk op 30 november van elk jaar het volgende aan de lidstaten bekend:
a) de lijst van nationale programma’s die technisch zijn goedgekeurd en voor medefinanciering worden voorgedragen;
b) het voorlopige bedrag dat aan elk programma wordt toegewezen;
c) het voorlopige maximum van de financiële bijdrage van de Unie voor elk programma, en
d) eventuele voorlopige voorwaarden die aan de financiële bijdrage van de Unie kunnen worden verbonden;
3. De Commissie keurt de jaarlijkse nationale programma’s en de financiering ervan elk jaar uiterlijk op 31 januari goed door middel van een subsidiebesluit betreffende de tussen 1 januari en 31 december van dat jaar uitgevoerde maatregelen en gemaakte kosten. Na indiening van de tussentijdse verslagen als bedoeld in artikel 14 kan de Commissie die besluiten zo nodig wijzigen voor de hele subsidiabiliteitsperiode.
4. De Commissie keurt de meerjarige nationale programma’s en de financiering ervan uiterlijk op 31 januari van het eerste uitvoeringsjaar goed door middel van een subsidiebesluit betreffende de tussen 1 januari van het eerste uitvoeringsjaar en het eind van de uitvoeringsperiode uitgevoerde maatregelen en gemaakte kosten.
5. Bij goedkeuring van meerjarige nationale programma’s overeenkomstig lid 4 kunnen de begrotingsvastleggingen in jaartranches worden verdeeld. Wanneer de vastleggingen zo worden verdeeld, legt de Commissie de jaartranches vast en houdt ze daarbij rekening met de voortgang van de programma’s, de geschatte behoeften en het beschikbare budget.