Art. 6 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014, Kwaliteitsbeoordeling van het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014
1. Met het oog op de toepassing van de basisbetalingsregeling en de regeling inzake een enkele areaalbetaling als bedoeld in titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, wordt de kwaliteit van het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen jaarlijks door de lidstaten beoordeeld. Deze beoordeling behelst twee conformiteitsklassen.
In het kader van de eerste conformiteitsklasse wordt de kwaliteit van het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen getoetst aan de hand van de volgende elementen:
a) de juiste kwantificering van het subsidiabele maximumareaal;
b) het aandeel en de distributie van de referentiepercelen met een subsidiabel maximumareaal waarin niet-subsidiabele arealen zijn meegerekend of waarin geen landbouwareaal is meegerekend;
c) de aanwezigheid van referentiepercelen met ernstige onvolkomenheden.
In het kader van de tweede conformiteitsklasse worden eventuele tekortkomingen in het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen aan het licht gebracht aan de hand van de volgende elementen:
a) de categorisatie van referentiepercelen hetzij met een subsidiabel maximumareaal waarin niet-subsidiabele arealen zijn meegerekend of waarin geen landbouwareaal is meegerekend, hetzij met ernstige onvolkomenheden;
b) de verhouding tussen het aangegeven areaal en het subsidiabele maximumareaal binnen de referentiepercelen;
c) het percentage referentiepercelen die in de loop der jaren zijn gewijzigd.
Indien de resultaten van de kwaliteitsbeoordeling tekortkomingen in het systeem aan het licht brengen, nemen de betrokken lidstaten adequate corrigerende maatregelen.
2. De lidstaten verrichten de in lid 1 bedoelde beoordeling op basis van een door de Commissie te trekken en aan te leveren steekproef uit de referentiepercelen. Zij maken gebruik van gegevens aan de hand waarvan een beoordeling van de feitelijke situatie mogelijk wordt.
3. Uiterlijk op 31 januari na het kalenderjaar in kwestie wordt aan de Commissie een beoordelingsverslag toegezonden met, in voorkomend geval, vermelding van de corrigerende maatregelen en het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van deze maatregelen.