Art. 13, Te late indiening
1. Behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4, wordt bij indiening van een steunaanvraag of een betalingsaanvraag in het kader van de onderhavige verordening na de uiterste datum voor een dergelijke indiening zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 78, onder b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013, een verlaging met 1 % per werkdag toegepast op de bedragen waarop de begunstigde recht zou hebben gehad als de aanvraag tijdig was ingediend.
Onverminderd bijzondere maatregelen die de lidstaten nemen om ervoor te zorgen dat bewijsstukken tijdig worden ingediend zodat doeltreffende controles tijdig kunnen worden geprogrammeerd en uitgevoerd, geldt de eerste alinea ook voor bijstandsaanvragen, documenten, contracten of andere verklaringen die bij de bevoegde autoriteit moeten worden ingediend, voor zover die bijstandsaanvragen, documenten, contracten of verklaringen onmisbaar zijn om voor de betrokken steun of bijstand in aanmerking te komen. In dat geval wordt de verlaging toegepast op het bedrag dat zou zijn betaald voor de betrokken steun of bijstand.
Wordt de termijn met meer dan 25 kalenderdagen overschreden, dan wordt de aanvraag niet-ontvankelijk geacht en wordt geen steun of bijstand aan de begunstigde verleend.
2. Behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4, wordt ten aanzien van begunstigden die in verband met hun deelname aan de regelingen waarin de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (20) voorzien, overeenkomstig artikel 92 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 ook aan de randvoorwaarden moeten voldoen en die de verzamelaanvraag niet op de uiterste datum als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van het onderhavige artikel indienen, een verlaging met 1 % per werkdag toegepast. De maximale verlaging bedraagt 25 %. Het verlagingspercentage geldt voor het totale bedrag van de betalingen dat met de maatregelen in het kader van de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 verband houdt, gedeeld door 3 bij herstructurering en omschakeling.
3. Behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4, wordt bij indiening van een wijziging in de verzamelaanvraag of de betalingsaanvraag na de uiterste datum voor een dergelijke indiening zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 78, onder b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013, een verlaging met 1 % per werkdag toegepast op de bedragen die verband houden met het werkelijke gebruik van de betrokken landbouwpercelen.
Wijzigingen in de verzamelaanvraag of de betalingsaanvraag zijn slechts ontvankelijk tot en met de in lid 1, derde alinea, bedoelde laatst mogelijke datum voor een te late indiening van de verzamelaanvraag of de betalingsaanvraag. Indien die datum echter niet later is dan de in de eerste alinea van het onderhavige lid bedoelde uiterste datum voor de indiening van een wijziging in de verzamelaanvraag of de betalingsaanvraag, worden wijzigingen in de verzamelaanvraag of de betalingsaanvraag na die datum niet-ontvankelijk geacht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 8 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:83
- CBb 26 april 2017, ECLI:NL:CBB:2017:132
- CBb 9 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:258
- CBb 19 februari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:72
- CBb 8 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:322
- CBb 5 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:139
- CBb 5 juli 2022, ECLI:NL:CBB:2022:355
- CBb 5 oktober 2021, ECLI:NL:CBB:2021:909
- CBb 20 april 2021, ECLI:NL:CBB:2021:416
- CBb 23 november 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1018
- CBb 14 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:30
- CBb 17 maart 2020, ECLI:NL:CBB:2020:171
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:306
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:304
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:303
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:302
- CBb 28 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:445
- CBb 25 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:42