CBb 23 november 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1018
Landbouw. Appellant heeft zijn aanvraag om uitbetaling van de betalingsrechten en de vergroeningsbetaling te laat ingediend. De stelling van appellant dat de aanvraag voor 15 mei 2020 klaar stond voor verzending, maak dat niet anders. De (recidiverende) ziekte van appellant, heeft op die ongelukkige gang van zaken geen invloed gehad: hij had immers de indiening van de aanvraag naar eigen zeggen uit handen gegeven. Dat is ook wat van de persoon die als gevolg van ziekte niet in staat is zelf tijdig de aanvraag te doen, mag worden verwacht: iemand inschakelen die dat voor hem doet. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl