Art. 19 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Vaststelling van de waarde van de betalingsrechten in gevallen van onbillijkheid
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014
1. Indien een of meer in artikel 26 of artikel 40, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde rechtstreekse betalingen voor 2014 of het jaar voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de basisbetalingsregeling lager zijn dan de overeenkomstige bedragen in het jaar voorafgaand aan de jaren waarin sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, wordt de initiële waarde per eenheid vastgesteld op basis van de bedragen die de betrokken landbouwer heeft ontvangen in het jaar voorafgaand aan de jaren waarin sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.
2. De lidstaten kunnen besluiten om de toepassing van lid 1 te beperken tot gevallen waarin de rechtstreekse betalingen voor 2014 of het jaar voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de basisbetalingsregeling lager zijn dan een bepaald percentage van de overeenkomstige bedragen in het jaar voorafgaand aan de jaren waarin sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. Dit percentage mag niet lager zijn dan 85 %.