Art. 14, Vererving, wijzigingen in juridische status of benaming, fusies en splitsingen

1. Landbouwers die het bedrijf geheel of gedeeltelijk in bezit hebben gekregen ten gevolge van feitelijke of verwachte vererving, kunnen in eigen naam onder dezelfde voorwaarden als die welke golden voor de landbouwer die het bedrijf oorspronkelijk beheerde, aanspraak maken op het aantal en de waarde van de betalingsrechten die voor het geheel of gedeeltelijk in bezit gekregen bedrijf moeten worden toegewezen.

Bij herroepbare verwachte vererving kunnen de betalingsrechten uitsluitend worden toegewezen aan de erfgenaam die als dusdanig is aangewezen op de in artikel 24, lid 1, of artikel 39, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde datum.

2. Een wijziging van de benaming heeft geen invloed op het aantal en de waarde van de toe te wijzen betalingsrechten.

Een wijziging in juridische status heeft geen invloed op het aantal en de waarde van de toe te wijzen betalingsrechten, indien de landbouwer die op het gebied van beheer, voordelen en financiële risico’s zeggenschap had over het oorspronkelijke bedrijf, ook het nieuwe bedrijf beheert.

3. Een fusie of een splitsing heeft geen invloed op het aantal en de waarde van de aan het bedrijf/de bedrijven toe te wijzen betalingsrechten.

Bij een splitsing wordt in een lidstaat die artikel 24, lid 4 of lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toepast, het aantal betalingsrechten dat moet worden toegewezen aan elk bedrijf dat door de splitsing ontstaat, vastgesteld door het aantal subsidiabele hectaren waarover het desbetreffende nieuwe bedrijf beschikt, te vermenigvuldigen met de gemiddelde verlaging van het aantal rechten die uit hoofde van artikel 24, lid 4 of lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 voor het oorspronkelijke bedrijf zou hebben gegolden.

Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder:

a) „fusie”: de fusie van twee of meer afzonderlijke landbouwers in de zin van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 tot een nieuwe landbouwer in de zin van dat artikel, waarover de landbouwers die de bedrijven oorspronkelijk beheerden, of een van hen, zeggenschap hebben op het gebied van beheer, voordelen en financiële risico’s;

b) „splitsing”: de splitsing van een landbouwer in de zin van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 in:

i) ten minste twee nieuwe afzonderlijke landbouwers in de zin van het genoemde artikel, waarbij ten minste een van de natuurlijke personen of rechtspersonen die het bedrijf oorspronkelijk beheerden, zeggenschap op het gebied van beheer, voordelen en financiële risico’s blijft uitoefenen over ten minste een van de nieuwe afzonderlijke landbouwers, of

ii) de oorspronkelijke landbouwer en ten minste een nieuwe afzonderlijke landbouwer in de zin van het genoemde artikel.

Uitspraken die dit artikel aanhalen