Art. 21, Clausule in privaatrechtelijke pachtcontracten
1. De lidstaten kunnen bepalen dat landbouwers bij de verpachting van een bedrijf of een deel daarvan middels een contract dat vóór de in artikel 20, lid 1, eerste alinea, bedoelde datum is ondertekend, samen met het betrokken bedrijf of deel daarvan de overeenkomstige, toe te wijzen betalingsrechten kunnen verpachten. In dat geval worden de betalingsrechten aan de verpachter toegewezen en direct aan de pachter verpacht, wiens voordeel ontstaat doordat de betalingen die de verpachter voor 2014 heeft ontvangen dan wel de waarde van de rechten die hij in 2014 bezat, als bedoeld in artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1307/2013, als referentie worden gebruikt voor de vaststelling van initiële waarde per eenheid van deze betalingsrechten.
Voorwaarde voor een dergelijke overdracht is dat de verpachter voldoet aan artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, dat de pachter voldoet aan artikel 9 van die verordening en dat het pachtcontract afloopt na de uiterste datum voor indiening van een aanvraag in het kader van de basisbetalingsregeling.
Een dergelijke pacht wordt niet beschouwd als een overdracht zonder grond in de zin van artikel 34, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013.
2. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op lidstaten die titel III, hoofdstuk 1, afdeling 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toepassen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 29 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:232
- CBb 15 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:278
- CBb 24 juli 2018, ECLI:NL:CBB:2018:389
- CBb 17 juli 2018, ECLI:NL:CBB:2018:370
- CBb 29 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:231
- CBb 5 maart 2018, ECLI:NL:CBB:2018:106
- CBb 5 maart 2018, ECLI:NL:CBB:2018:105
- CBb 25 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:285