Art. 20, Clausule in privaatrechtelijke verkoopcontracten
1. De lidstaten kunnen bepalen dat landbouwers bij verkoop van een bedrijf of een deel daarvan middels een contract dat is ondertekend vóór de uiterste datum voor de aanvraag voor de toewijzing van betalingsrechten, zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 78, onder b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013, samen met het betrokken bedrijf of deel daarvan de overeenkomstige, toe te wijzen betalingsrechten kunnen overdragen. In dat geval worden de betalingsrechten aan de verkoper toegewezen en direct aan de koper overgedragen, wiens voordeel ontstaat doordat de betalingen die de verkoper voor 2014 heeft ontvangen dan wel de waarde van de rechten die hij in 2014 bezat, als bedoeld in artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1307/2013, als referentie worden gebruikt voor de vaststelling van de initiële waarde per eenheid van deze betalingsrechten.
Voorwaarde voor een dergelijke overdracht is dat de verkoper voldoet aan artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en dat de koper voldoet aan artikel 9 van die verordening.
Een dergelijke verkoop wordt niet beschouwd als een overdracht zonder grond in de zin van artikel 34, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013.
2. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op lidstaten die titel III, hoofdstuk 1, afdeling 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toepassen.