Art. 11, Inkomsten uit niet-landbouwactiviteiten
1. Voor de toepassing van artikel 9, lid 2, derde alinea, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en, in voorkomend geval, van artikel 13 van de onderhavige verordening worden als inkomsten uit landbouwactiviteiten beschouwd de inkomsten van een landbouwer die afkomstig zijn uit de in artikel 4, lid 1, onder c), van die verordening omschreven landbouwactiviteit die hij op zijn bedrijf verricht, met inbegrip van Uniesteun in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo), alsmede voor landbouwactiviteiten verleende nationale steun, met uitzondering van de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van Verordening (EU) nr. 1307/2013.
Inkomsten uit de verwerking van in artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 omschreven landbouwproducten van het bedrijf worden als inkomsten uit landbouwactiviteiten beschouwd op voorwaarde dat de verwerkte producten eigendom van de landbouwer blijven en de verwerking een ander in artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 omschreven landbouwproduct oplevert.
Andere inkomsten worden beschouwd als inkomsten uit niet-landbouwactiviteiten.
2. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder „inkomsten” verstaan bruto-inkomsten vóór aftrek van daarmee verband houdende kosten en belastingen.
3. De lid 1 bedoelde Uniesteun wordt voor de volgende landen als volgt berekend:
a) voor Bulgarije en Roemenië, met betrekking tot 2015, op basis van het relevante, in bijlage V, onder A, bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 vermelde bedrag;
b) voor Kroatië, met betrekking tot elk in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoeld jaar, op basis van het in bijlage VI, onder A, bij die verordening vermelde bedrag.