Art. 12 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Bedrag aan rechtstreekse betalingen als bedoeld in artikel 9, leden 2 en 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en in artikel 13, lid 2, van de onderhavige verordening
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014
1. Het in artikel 9, lid 2, derde alinea, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en, in voorkomend geval, in artikel 13, lid 2, van de onderhavige verordening bedoelde jaarlijkse bedrag aan rechtstreekse betalingen van een landbouwer is het totale bedrag aan rechtstreekse betalingen waarop de landbouwer overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 recht had in het meest recente belastingjaar waarvoor bewijs van inkomsten uit niet-landbouwactiviteiten beschikbaar is. Bij de berekening van dit bedrag wordt geen rekening gehouden met de toepassing van artikel 63 en artikel 91, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.
Wanneer het in de eerste alinea bedoelde meest recente belastingjaar het jaar 2014 of een jaar daarvoor is, is het jaarlijkse bedrag aan rechtstreekse betalingen het totale bedrag aan rechtstreekse betalingen waarop de landbouwer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 73/2009 recht had vóór toepassing van de verlagingen en uitsluitingen waarin de artikelen 21 en 23 van die verordening voorzien.
2. Wanneer een landbouwer voor het in lid 1, eerste alinea, bedoelde meest recente belastingjaar geen steunaanvraag voor rechtstreekse betalingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 heeft ingediend, bepaalt de betrokken lidstaat het in lid 1, eerste alinea, bedoelde totale jaarlijkse bedrag aan rechtstreekse betalingen door het aantal subsidiabele hectaren dat die landbouwer voor het jaar van indiening van de steunaanvraag overeenkomstig artikel 72, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 heeft aangegeven, te vermenigvuldigen met de nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare voor het in lid 1, eerste alinea, bedoelde jaar.
De in de eerste alinea bedoelde nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare wordt bepaald door het in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 opgenomen nationale maximum voor dat jaar te delen door het totale aantal subsidiabele hectaren dat in die lidstaat overeenkomstig artikel 72, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 voor dat jaar is aangegeven.
Wanneer het in lid 1, eerste alinea, bedoelde jaar het jaar 2014 of een jaar daarvoor is, wordt de in de eerste alinea van het onderhavige lid bedoelde nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare bepaald door het in bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 73/2009 opgenomen nationale maximum voor dat jaar te delen door het totale aantal subsidiabele hectaren dat in die lidstaat overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 voor dat jaar is aangegeven.
3. Het in artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde bedrag aan rechtstreekse betalingen is het totale bedrag aan rechtstreekse betalingen waarop de landbouwer overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 recht had vóór toepassing van artikel 63 en artikel 91, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 voor het voorgaande jaar.
Wanneer het in de eerste alinea bedoelde jaar het jaar 2014 is, is het bedrag aan rechtstreekse betalingen het totale bedrag aan rechtstreekse betalingen voor het jaar 2014 waarop de landbouwer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 73/2009 recht had vóór toepassing van de verlagingen en uitsluitingen waarin de artikelen 21 en 23 van die verordening voorzien.
4. Wanneer een landbouwer voor het in lid 3, eerste alinea, bedoelde voorgaande jaar geen steunaanvraag voor rechtstreekse betalingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 heeft ingediend, bepaalt de betrokken lidstaat het in lid 3, eerste alinea, bedoelde totale jaarlijkse bedrag aan rechtstreekse betalingen door het aantal subsidiabele hectaren dat die landbouwer voor het jaar van indiening van de steunaanvraag overeenkomstig artikel 72, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 heeft aangegeven, te vermenigvuldigen met de nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare voor het voorgaande jaar.
De in de eerste alinea bedoelde nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare wordt bepaald door het in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 opgenomen nationale maximum voor dat jaar te delen door het totale aantal subsidiabele hectaren dat in die lidstaat overeenkomstig artikel 72, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 voor dat jaar is aangegeven.
Wanneer het in lid 3, eerste alinea, bedoelde voorgaande jaar het jaar 2014 is, bepaalt de betrokken lidstaat het jaarlijkse bedrag aan rechtstreekse betalingen van die landbouwer door het aantal subsidiabele hectaren dat die landbouwer overeenkomstig artikel 72, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 voor 2015 heeft aangegeven, te vermenigvuldigen met de nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare voor 2014.
De nationale gemiddelde rechtstreekse steunbetaling per hectare voor 2014 wordt bepaald door het in bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 73/2009 opgenomen nationale maximum voor 2014 te delen door het totale aantal subsidiabele hectaren dat in die lidstaat overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), van die verordening is aangegeven voor 2014.
5. Het in de leden 1 en 2 bedoelde totale bedrag aan rechtstreekse betalingen wordt voor de volgende landen als volgt berekend:
a) voor Bulgarije en Roemenië, met betrekking tot 2015, op basis van het relevante, in bijlage V, onder A, bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 vermelde bedrag;
b) voor Kroatië, met betrekking tot elk in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoeld jaar, op basis van het in bijlage VI, onder A, bij die verordening vermelde bedrag.