Art. 12, Uitoefening van het recht tot het vrij verrichten van diensten door kredietinstellingen binnen het GTM
1. Een belangrijke onder toezicht staande entiteit die haar recht tot het vrij verrichten van diensten wil uitoefenen door haar werkzaamheden voor het eerst op het grondgebied van een andere deelnemende lidstaat uit te voeren, stelt de NBA van de deelnemende lidstaat waar de belangrijke onder toezicht staande entiteit haar hoofdkantoor heeft in kennis van haar intentie. Er wordt informatie verstrekt in overeenstemming met de vereisten van artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU. De NBA brengt de ECB direct op de hoogte van de ontvangst van deze kennisgeving. De NBA stuurt de kennisgeving ook door naar de NBA van de deelnemende lidstaat waar de diensten zullen worden verricht.
2. Een minder belangrijke onder toezicht staande entiteit die haar recht tot het vrij verrichten van diensten wil uitoefenen door haar werkzaamheden voor het eerst op het grondgebied van een andere deelnemende lidstaat uit te voeren, stelt haar NBA hiervan in kennis in overeenstemming met de vereisten van artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU. Deze kennisgeving wordt doorgestuurd naar de ECB en naar de NBA van de deelnemende lidstaat waar de diensten zullen worden verricht.