Art. 17 GTM-kaderverordening, Procedures voor het recht van vestiging en van het vrij verrichten van diensten met betrekking tot niet-deelnemende lidstaten
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
1. Een belangrijke onder toezicht staande entiteit die een bijkantoor wenst op te richten of het recht wil uitoefenen tot het vrij verrichten van diensten op het grondgebied van een niet-deelnemende lidstaat geeft kennis van haar intentie aan de betreffende NBA in overeenstemming met geldend Unierecht. De NBA brengt de ECB direct op de hoogte van de ontvangst van deze kennisgeving. De ECB oefent de bevoegdheden van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst uit.
2. Een minder belangrijke onder toezicht staande entiteit die een bijkantoor wenst op te richten of het recht wil uitoefenen tot het vrij verrichten van diensten op het grondgebied van een niet-deelnemende lidstaat geeft kennis van deze intentie aan de betreffende NBA in overeenstemming met de geldende Unierechtelijke bepalingen. De betreffende NBA oefent de bevoegdheden van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst uit.