Art. 9 GTM-kaderverordening, De ECB als voorzitter van een college van toezichthouders
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
1. Indien de ECB de consoliderende toezichthouder is, is zij voorzitter van het college dat is opgericht krachtens artikel 116 van Richtlijn 2013/36/EU. De NBA’s van de deelnemende lidstaten waar de moederonderneming, dochterondernemingen en belangrijke bijkantoren in de zin van artikel 51 van Richtlijn 2013/36/EU, indien aanwezig, zijn gevestigd, hebben het recht als waarnemers deel uit te maken van het college.
2. Indien geen college is ingesteld in overeenstemming met artikel 116 van Richtlijn 2013/36/EU en een belangrijke onder toezicht staande entiteit bijkantoren heeft in niet-deelnemende lidstaten die als belangrijk worden beschouwd in overeenstemming met artikel 51, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU, zal de ECB met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst een college van toezichthouders instellen.