Art. 10 GTM-kaderverordening, De ECB en de NBA’s als leden van een college van toezichthouders
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
Indien de consoliderende toezichthouder niet in een deelnemende lidstaat gevestigd is, nemen de ECB en de NBA’s deel aan het college van toezichthouders met inachtneming van de volgende regels en het relevante Unierecht:
a) indien alle onder toezicht staande entiteiten in deelnemende lidstaten belangrijke onder toezicht staande entiteiten zijn, neemt de ECB deel aan het college van toezichthouders als lid, terwijl de NBA’s gerechtigd zijn aan hetzelfde college deel te nemen als waarnemers;
b) indien alle onder toezicht staande entiteiten in deelnemende lidstaten minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten zijn, nemen de NBA’s deel aan het college van toezichthouders als lid;
c) indien de onder toezicht staande entiteiten in deelnemende lidstaten zowel bestaan uit minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten als uit belangrijke onder toezicht staande entiteiten, nemen de ECB en de NBA’s deel aan het college van toezichthouders als leden. De NBA’s van de deelnemende lidstaten waar de belangrijke onder toezicht staande entiteiten zijn gevestigd, zijn gerechtigd deel te nemen aan het college van toezichthouders als waarnemers.