Art. 18 Richtlijn 2014/59/EU, Bevoegdheden voor het aanpakken of wegnemen van belemmeringen voor de afwikkelbaarheid: groepsbehandeling
1. Na raadpleging van het toezichtcollege en de afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor, neemt de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau samen met de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen de krachtens artikel 16 vereiste beoordeling in acht in het afwikkelingscollege, en neemt zij alle redelijke maatregelen om tot een gezamenlijk besluit te komen over de toepassing van de overeenkomstig artikel 17, lid 4, vastgestelde maatregelen met betrekking tot alle instellingen die deel uitmaken van de groep.
2. De afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt in samenwerking met de consoliderende toezichthouder en, op grond van artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1093/2010, in samenwerking met de EBA een verslag op en dient dit in bij de EU-moederonderneming, bij de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen, die het doorzenden aan de dochterondernemingen die onder hun toezicht staan, en bij de afwikkelingsautoriteiten in de rechtsgebieden waar significante bijkantoren gevestigd zijn. Het verslag wordt opgesteld na raadpleging van de bevoegde autoriteiten en bevat een analyse van de materiële belemmeringen voor de doeltreffende toepassing van de afwikkelingsinstrumenten en uitoefening van de afwikkelingsbevoegdheden. In het verslag wordt de impact op het business model van de instelling overwogen en worden de maatregelen aanbevolen die volgens de autoriteit nodig of passend zijn om deze belemmeringen weg te nemen.
3. Binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het verslag kan de EU-moederonderneming opmerkingen indienen en aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau alternatieve maatregelen voorstellen waarmee de in het verslag genoemde belemmeringen kunnen worden weggenomen.
4. De afwikkelingsautoriteit op groepsniveau deelt elke maatregel die wordt voorgesteld door de EU-moederonderneming, mee aan de consoliderende toezichthouder, de EBA, de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en de afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor. Na raadpleging van de bevoegde autoriteiten en met de afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, stellen de afwikkelingsautoriteiten op groepsniveau en de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen alles in het werk om binnen het afwikkelingscollege een gezamenlijk besluit te nemen met betrekking tot de vaststelling van de wezenlijke belemmeringen en, indien nodig, de beoordeling van de maatregelen die zijn voorgesteld door de EU-moederonderneming, alsmede van de door de autoriteiten geëiste maatregelen om de belemmeringen aan te pakken of weg te nemen, waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijke gevolgen van de maatregelen in alle lidstaten waar de groep actief is.
5. Het gezamenlijke besluit wordt genomen binnen vier maanden na de indiening van opmerkingen door de EU-moederonderneming, of bij het verstrijken van de periode van vier maanden als bedoeld in lid 3 als deze datum eerder valt. Het wordt gemotiveerd en vastgelegd in een document dat door de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau wordt verstrekt aan de EU-moederonderneming.
Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, onder c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten helpen bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.
6. Indien binnen de in lid 5 bedoelde periode geen gezamenlijk besluit is genomen, neemt de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau zelf een besluit over de passende maatregelen die overeenkomstig artikel 17, lid 4, op groepsniveau moeten worden genomen.
Het besluit wordt volledig gemotiveerd en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van andere afwikkelingsautoriteiten. Het besluit wordt door de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau aan de EU-moederonderneming verstrekt.
Indien een afwikkelingsautoriteit aan het einde van de periode van vier maanden een zaak als vermeld in lid 9 van dit artikel overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 aan de EBA heeft voorgelegd, stelt de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau haar besluit uit en wacht zij een eventueel door de EBA overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening genomen besluit af en neemt zij haar besluit in overeenstemming met het besluit van de EBA. De periode van vier maanden wordt beschouwd als verzoeningsperiode in de zin van die verordening. De EBA neemt haar besluit binnen één maand. De zaak wordt niet meer aan de EBA voorgelegd na het einde van de periode van vier maanden of nadat een gezamenlijk besluit is genomen. Indien de EBA er niet in slaagt binnen één maand een besluit te nemen, is het besluit van de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau van toepassing.
7. Bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit nemen de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen zelf een besluit over de passende maatregelen die de dochterondernemingen overeenkomstig artikel 17, lid 4, op individueel niveau moeten nemen. Het besluit wordt volledig gemotiveerd en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van de andere afwikkelingsautoriteiten. Het besluit wordt aan de betrokken dochteronderneming en aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau verstrekt.
Indien een afwikkelingsautoriteit aan het einde van de periode van vier maanden een zaak als vermeld in lid 9 van dit artikel overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 aan de EBA heeft voorgelegd, stelt de afwikkelingsautoriteit van de dochteronderneming haar besluit uit en wacht zij het eventueel door de EBA overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening genomen besluit af en neemt zij haar besluit in overeenstemming met het besluit van de EBA. De periode van vier maanden wordt beschouwd als verzoeningsperiode in de zin van die verordening. De EBA neemt haar besluit binnen één maand. De zaak wordt niet meer aan de EBA voorgelegd na afloop van de periode van vier maanden of nadat er een gezamenlijk besluit is genomen. Indien de EBA er niet in slaagt binnen één maand een besluit te nemen, is het besluit van de afwikkelingsautoriteit van de dochteronderneming van toepassing.
8. Het in lid 5 bedoelde gezamenlijk besluit en de in de lid 6 bedoelde besluiten die de afwikkelingsautoriteiten hebben genomen bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit, worden als definitief erkend en door de andere betrokken afwikkelingsautoriteiten toegepast.
9. Bij het uitblijven van een gezamenlijk besluit over het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 17, lid 5, onder g), h) of k), kan de EBA, op verzoek van een afwikkelingsautoriteit overeenkomstig leden 6 of 7 van dit artikel, de afwikkelingsautoriteiten overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 assistentie verlenen bij het bereiken van overeenstemming.